GTL-TAXI
Nationale Groepering van Ondernemingen met Taxi- en Locatievoertuigen met chauffeur

17-3-2020 - Bijwerking 19 maart- Extra ondersteuning voor de zelfstandigen: crisis-overbruggingsrecht

Overbruggingsrecht wordt ook toegekend aan zelfstandigen in werkonderbreking, die niet door het Federaal Ministerieel Besluit verplicht werden om hun activiteiten stop te zetten 

BIJWERKING 19 MAART:

Het overbruggingsrecht kan worden toegekend aan een zelfstandige die zijn activiteiten moet onderbreken wegens de afwezigheid van werknemers die in quarantaine verblijven, onderbroken leveringen of een sterke afname van hun activiteit (vermindering van de reservaties, van de bezettingsgraad, toename van annuleringen, klantenverliezen, enz.).

Dit recht wordt ook toegekend aan zelfstandigen/bedrijven die hun activiteiten niet verplicht werden hun activiteiten stop te zetten  door het Federaal Ministerieel Besluit.

In hun geval zijn de voorwaarden als volgt:

- De stopzetting van de activiteit moet volledig zijn

- De onderbreking moet minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen duren.

Deze voorwaarden zijn cumulatief.

De aanvraag moet worden ingediend bij het socialeverzekeringsfonds waarbij de zelfstandige is aangesloten.

 


 

De Commissie Sociale Zaken van de Kamer keurde op dinsdag 17 maart het wetsvoorstel voor de crisis-overbruggingsuitkering van minister van Zelfstandigen en KMO’s goed.

Voor wie?

Elke zelfstandige die zijn zelfstandige activiteit door de coronacrisis moet onderbreken of zich genoodzaakt ziet zijn zaak te sluiten. De maatregel geldt zowel voor klassieke zelfstandigen, als voor helpers en meewerkende echtgenoten. In tegenstelling tot het klassieke overbruggingsrecht hebben ook startende zelfstandigen, die nog geen 4 kwartalen hebben bijdragen, toegang. Zelfstandigen in bijberoep vallen wel nog steeds buiten de regeling, ook al betalen ze bijdragen zoals in hoofdberoep.

Wat krijg ik? 

Het overbruggingsrecht was er tot hiertoe enkel voor zelfstandigen die hun activiteit voor een maand zouden onderbreken of stopzetten. Dit wordt nu – voor alle vormen van overbruggingsrecht – teruggebracht naar 7 opeenvolgende kalenderdagen. In normale tijden staat een onderbreking van 7 dagen voor een uitkering voor 7 dagen. Nu voorziet het crisisoverbruggingsrecht in maart en april in een volledig maandbedrag (1.291,69euro, (1.614,10 euro bij gezinslast)) voor iedere zelfstandige die gedwongen is zijn of haar activiteit omwille van COVID-19 minstens 7 opeenvolgende kalenderdagen te onderbreken in die maand.

Is je activiteit opgenomen in de lijst van activeiten die verboden zijn tot en met 3 april 2020 (tijdens de week of in het weekend), dan valt de vereiste van 7 kalenderdagen zelfs weg. Voor deze zelfstandigen is er geen minimumduur van onderbreking voorzien.  

In normale omstandigheden moet je de activiteit voor minstens 7 opeenvolgende dagen onderbreken. Het crisis-overbruggingsrecht biedt ook sommige zelfstandigen die hun activiteit slechts gedeeltelijk onderbreken een volledige uitkering. Deze versoepeling is echter beperkt tot de zelfstandigen die door de overheid verplicht worden om gedeeltelijk te sluiten. Het gaat om restaurants die blijven werken (take away, levering aan huis, traiteur), maar die geen zaaldienst meer kunnen aanbieden. Hetzelfde geldt voor de uitbaters van hotels die hun bar- en restaurantactiviteiten stopzetten, net zoals de handelaars die hun deuren sluiten tijdens het weekend en eender welke activiteit die rechtstreeks geviseerd worden door de sanitaire maatregelen om de verspreiding van het virus te beperken. Kilk hier voor het overzicht welke winkels mogen open zijn en welke niet. 

Het crisis-overbruggingsrecht dekt de periode tussen 1 maart 2020 en 30 april 2020, maar deze periode kan worden verlengd als de crisis langer duurt.

Opgelet, de plenaire vergadering van de Kamer moet de wet op donderdag finaal nog goedkeuren

 Bron: Unizo

Top