GTL-TAXI
Nationale Groepering van Ondernemingen met Taxi- en Locatievoertuigen met chauffeur

6-9-2019 - Vlaamse Regeringsvorming

GTL dringt aan bij toponderhandelaars Vlaamse regeringsvorming voor bijkomende randvoorwaarden in het ontwerp van uitvoeringsbesluit van het Taxidecreet

GTL verstuurde deze week nog een ultiem schrijven naar de ploeg van Vlaams Formateur Jan Jambon, die binnenkort wil landen met zijn formatiegesprekken.

GTL laat hiermee nogmaals weten  dat de sector absoluut vragende partij is om nog een aantal zaken in het ontwerp van uitvoeringsbesluit aan te passen. Bijkomende randvoorwaarden zijn nodig om de werkbaarheid van het nieuw wettelijk kader te garanderen.  

Op 21 augustus hadden de sociale partners al een brief verstuurd naar de Formateur met een overzicht van de knelpunten in de nieuwe taxiregels (en ontwerp-regels).

GTL stelt daarom voor om door de toekomstige beleidsploeg hierover nog extra overleg te plannen met de vertegenwoordigers van de taxisector, aangezien het decreet op 1/1/2020 in voege treedt:

1) Bijkomende randvoorwaarden moeten vermijden dat door het nieuw decretaal onderscheid tussen standplaatstaxi en straattaxi, een situatie ontstaat waarbij het totaal onmogelijk wordt om degelijk te kunnen controleren of de chauffeurs zich aan de nieuwe regels houden. Volgens de nu voorliggende tekst van het ontwerpbesluitzal er:

- Oneerlijke concurrentie ontstaan tussen de straattaxi’s en de standplaatstaxi’s;

- Overlast  ontstaan in de Vlaamse centrumsteden en aan mobiliteitsknooppunten, door het hoog aantal straattaxi’s dat daar zonder beperking, vrij zal kunnen circuleren

2) Sociale dumpingpraktijken tegengaan: het ontwerpbesluit leidt er momenteel toe dat internetplatformen zoals Uber aan de regels ontsnappen, die aan de Vlaamse taxibedrijven en -centrales wel opgelegd worden. Daardoor dreigt een volledige uberisering van de sector, waarbij de overheid (mobiliteitsbeleid) geen greep zal hebben op deze internetplatformen, die buiten alle controle kunnen functioneren. Er moeten daarom degelijke eisen opgelegd worden aan de internetplatformen die taxidiensten aanbieden. Om dumpingpraktijken en surgepricing tegen te gaan, zou men de oprichting van een prijzenobservatorium moeten voorzien (een idee dat door min. Weyts zelf al eens geformuleerd werd), alsook correctiemechanismes die een minimuminkomen garanderen aan de chauffeurs (zeker aan diegenen die voor de platformen rijden). Dat bestaat al in een aantal steden, o.m. in de VS (New York e.a.).

3) Milieueisen voertuigen: er wordt in het voorliggende ontwerp-BVR verwezen naar minimum ecoscores (wat op zich al een zeer discutabele keuze is) en de vraag is of de opgelegde eisen het milieu uiteindelijk wel zullen bevorderen (geen duidelijke voorstudie). Anderzijds is het wel duidelijk dat dit tot nieuwe, hoge investeringskosten in taxivoertuigen zal leiden en, in het geval van elektrische voertuigen, de exploitatiekosten zullen verhogen wegens onaangepaste voertuigen en gebrek aan voldoende snellaadinfrastructuur.

4) En tot slot: Sommige artikelen in het ontwerp-besluit zijn nog dubbelzinnig, onduidelijk of tegenstrijdig met het decreet.

Top