GTL-TAXI
Nationale Groepering van Ondernemingen met Taxi- en Locatievoertuigen met chauffeur

Besluit van 29 maart 2007 – Titel I en II

Publicatie : 03-05-2007

BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

29 MAART 2007. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur.

Meest recente wijziging volgens Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 16 juli 2015 (B.S. 27-07-2015) betreffende een aanpassing aan de professionele opleiding tot taxichauffeur (Art. 10, § 3, art. 13, Art. 17, Art.19) (van kracht op 1 augustus 2015).


Wijzigingen volgens het Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 april 2014 (BS 20-05-2014) tot wijziging van het Besluit van 29 maart 2007 ( Artikels 48, 49, 52 en 62) (van kracht op 1 februari 2014).

 

TITEL I. - Definities.

Artikel 1.Voor de toepassing van dit besluit, verstaat men onder :
1° " de ordonnantie " : de ordonnantie van 27 april 1995 betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur;
2° " de Minister " : de Minister die bevoegd is voor de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur;
3° " de Administratie " : de administratieve dienst van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest belast met de materie taxidiensten en diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur;
4° " exploitant " : elke natuurlijke of rechtspersoon die een taxidienst of een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur exploiteert, in de zin van artikel 2 van de ordonnantie;
5° " werkdag " : elke dag van de week met uitzondering van zaterdag, zondag en wettelijke feestdagen;
6°  "digitale taxameter" : meetinstrument dat de te betalen prijs voor een traject berekent en afbeeldt op basis van de berekende afstand en/of de gemeten duur van het traject en conform bijlage MI-007 bij het koninklijk besluit van 13 juni 2006 betreffende de meetinstrumenten, gekoppeld aan een printer, en indien nodig aan een randapparaat, en waarmee ticketten op ieder moment automatisch afgedrukt kunnen worden voor de klanten op het einde van de rit, alsook activiteitenverslagen en rittenbladen van de chauffeurs.

TITEL II. - Taxidiensten.

HOOFDSTUK I. - Exploitatievoorwaarden.

Afdeling 1. - Bepalingen betreffende de exploitanten.

Art. 2. § 1. Niemand mag het beroep van exploitant van taxidiensten uitoefenen indien hij niet voldoet aan volgende voorwaarden inzake zedelijkheid, solvabiliteit en beroepsbekwaamheid.
Wanneer de exploitatie gebeurt door een rechtspersoon, moeten de voorwaarden inzake zedelijkheid en beroepsbekwaamheid vervuld worden door de zaakvoerders of bestuurders belast met het dagelijks beheer.
De exploitant die aan deze voorwaarden voldoet, ontvangt van de Administratie een document dat dit vermeldt en dat de datum en de geldigheidsduur van de exploitatievergunning, de naam en het adres van de houder en de datum waarop de vereiste documenten dienen voorgelegd te worden.

§ 2. Om zijn zedelijkheid aan te tonen, moet de exploitant :

1° van goed zedelijk gedrag zijn;
2° in België of in het buitenland sinds minder dan vijf jaar geen veroordeling opgelopen hebben die in kracht van gewijsde is gegaan voor een van de overtredingen vermeld in boek II, titel III, hoofdstukken I tot V en titel IX, hoofdstuk I en II van het Strafwetboek.
In geval van veroordelingen, uitgesproken door een buitenlandse gerechtsinstantie, zal worden rekening gehouden met elke veroordeling die betrekking heeft op een feit dat volgens het Belgisch recht een van de in onderhavige bepaling bedoelde overtreding vormt.
Er wordt geen rekening gehouden met de uitgewiste veroordelingen of de veroordelingen welke aanleiding hebben gegeven tot eerherstel van de betrokkene.

§ 3. Om zijn solvabiliteit aan te tonen, moet de exploitant :

1° eigenaar zijn van de voertuigen die hij exploiteert of de verplichtingen nakomen inzake vervaldagen van de betalingen die hij moet verrichten in het kader van de contracten van verkoop op afbetaling, huurfinanciering of huurkoop, die hem de beschikking over de geëxploiteerde voertuigen garanderen;
2° geen enkele vertraging oplopen :
   -van meer dan 6 maanden in de betaling van taksen of belastingen, verbonden aan de exploitatie van een taxidienst;
     - inzake sociale bijdragen of lonen;
3° het hoofd kunnen bieden aan de onderhouds-, herstellings- of vervangingskosten van de geëxploiteerde voertuigen.

Art. 3. Ter wille van het openbaar nut van de taxidiensten, is de exploitant ertoe gehouden al de op de vergunningsakte vermelde voertuigen ter beschikking te stellen van het publiek.
De voormelde verplichting ten laste van de exploitant gaat in drie maanden na de ontvangst door laatstgenoemde van de exploitatievergunning.
Om aan de bepaling van artikel 7, § 4, 4° van de ordonnantie te voldoen, dienen de geëxploiteerde voertuigen ter beschikking te worden gesteld van het publiek minimum gedurende een tijdspanne die overeenstemt met het voltijds in dienst nemen van ten minste een chauffeur per geëxploiteerde voertuig die effectief tewerkgesteld wordt het hele jaar door, waarbij de controle verricht wordt per kalenderjaar.
Als verschillende chauffeurs in dienst worden genomen voor het besturen van een voertuig, dient het totaal van hun gepresteerde uren minstens overeen te stemmen met een voltijdse baan en dienen zij aangeworven te worden met inachtneming van de sociale wetgeving. Indien de exploitant zelf chauffeur is, worden zijn prestaties in rekening genomen tot het aantal uren dat hij effectief met het voertuig rijdt.

Art. 4. Indien wordt vastgesteld, overeenkomstig artikel 11, § 2bis, van de ordonnantie, dat, gezien het aantal door de exploitant aangegeven chauffeurs, blijkt dat de in artikel 3 bedoelde voorwaarden van terbeschikkingstelling niet worden vervuld, wordt de exploitatievergunning geschorst voor het aantal voertuigen, gelijk aan het aantal door de niet-naleving van deze bepaling betrokken voertuigen. Behoudens ingeval de exploitant uitzonderlijke, behoorlijk verantwoorde, gevallen van overmacht kan laten gelden, beschikt hij over een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de bekendmaking van het besluit dat de exploitatie schorst, om het bewijs te leveren dat de aanwerving van de chauffeur(s) ter vervulling van de voorwaarden bedoeld in artikel 3 heeft plaatsgevonden.
Indien het bewijs wordt geleverd dat de aanwerving heeft plaatsgevonden, wordt de schorsing opgeheven en de documenten en het materieel m.b.t. het (de) door de schorsing getroffen voertuig(en) aan de exploitant teruggegeven.
Indien deze termijn niet in acht wordt genomen, gaat de Regering over tot de gedeeltelijke of gehele intrekking van de exploitatievergunning, overeenkomstig artikel 11, § 2bis, lid 2 van de ordonnantie.

Art. 5. Vóór de ingebruikname van de voertuigen vermeld in de vergunningsakte en op elk verzoek van de Administratie is de exploitant ertoe gehouden, volgende documenten over te leggen, opgemaakt op zijn naam, met uitzondering van deze vermeld onder 2° en 4° :

1° de aankoopfactuur van elk geëxploiteerde voertuig, het contract van verkoop op afbetaling, het contract van huurfinanciering of het contract van huurverkoop;
2° het keuringsbewijs van het voertuig bedoeld in artikel 24 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's, hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen, behoorlijk gevalideerd, voor de exploitatie van een taxidienst;
3° de verzekeringspolis waarin wordt vermeld dat :
a) de burgerlijke aansprakelijkheid van de exploitant gedekt is voor schade veroorzaakt aan de vervoerde personen en aan derden ter gelegenheid van het gebruik van zijn voertuig;
b) de verzekeraar er zich uitdrukkelijk toe verbindt om de Administratie onmiddellijk op de hoogte te brengen in geval van het vervallen van het recht van de polis;
c) het voertuig verzekerd is als taxi;
4° het inschrijvingsbewijs;
5° een geldige, internationale autoverzekeringskaart;
6° het bewijs dat hij is aangesloten bij een socialeverzekeringsfonds, evenals de natuurlijke persoon die zich bezighoudt met het dagelijks beheer, indien het gaat om een rechtspersoon;
7° in voorkomend geval, het bewijs van inschrijving bij een telefooncentrale die in verbinding staat met het geëxploiteerde voertuig.
Wanneer al deze documenten effectief aan het Bestuur worden overgelegd vóór het in het verkeer stellen van de in de vergunningsakte bedoelde voertuigen, worden deze geregistreerd door het Bestuur en wordt er melding van gemaakt op de in artikel 54, § 2, bedoelde kaart.

Art. 6. De exploitant die meerdere voertuigen in dienst stelt, is ertoe gehouden per voertuig :

1° ofwel minstens een chauffeur voltijds aan te werven;
2° ofwel meerdere deeltijdse chauffeurs van wie het totaal aantal gepresteerde uren minstens gelijk is aan een voltijdse betrekking, aan te werven. Deze aanwerving geschiedt met inachtneming van de sociale wetgeving.
Wanneer de exploitant zelf chauffeur is van één van de in dienst gestelde voertuigen, dan wordt de in het eerste lid bedoelde verplichting beperkt tot zijn prestaties.

Art. 7. De exploitanten mogen geen chauffeurs aanwerven of laten rijden die geen houder zijn van het geldige, door de Administratie afgeleverde bekwaamheidscertificaat en van het geschiktheidsattest, uitgereikt met toepassing van de geldende federale reglementering.

Art. 8.De exploitanten zijn ertoe gehouden de Administratie op de hoogte te brengen :
1° binnen een termijn van 10 werkdagen nadat de situatie zich voordoet en als het gaat om een rechtspersoon, van elke overdracht van de maatschappelijke zetel of wijziging van de exploitatiezetel, elke benoeming, elk ontslag, elke uitsluiting  van een bestuurder, werkende vennoot of zaakvoerder en van elke wijziging in de toekenning van de aandelen, met uitzondering van de aandelen aan toonder, door het vertonen van een gewaarmerkte kopie van de beslissing van het bevoegde orgaan van de vennootschap en het bewijs van het neerleggen van deze beslissing bij de griffie van de rechtbank van koophandel;
2° binnen een termijn van 10 werkdagen nadat de situatie zich voordoet en als het gaat om een natuurlijke persoon, van elke wijziging van woonplaats, door het vertonen van de identiteitskaart;
3° vóór de indienststelling van het voertuig, van elke verandering van voertuig, door het vertonen van de in artikel 5 bedoelde boorddocumenten;
4° binnen een termijn van 10 werkdagen na het voorval, van elke in kracht van gewijsde gegane strafrechtelijke veroordeling ten opzichte van die persoon, door het overleggen van een kopie daarvan;
5° binnen de 24 uren van het voorval, van elke verjaring, elk verstrijken of elke opschorting van de verzekeringspolis voor één of meerdere voertuigen;
6° vóór de inwerkingtreding van het contract of de wijziging ervan, van de aanwerving, de verandering van het arbeidsregime, van het aftreden of ontslag van een chauffeur;
7° binnen een termijn van 10 werkdagen na het vallen van de beslissing, van de uitspraak van elke gerechtelijke beslissing aangaande hun faillietverklaring of het verslag van een uitgesproken faillissement.

De exploitant moet de voorgaande verplichtingen nakomen door middel van een brief, telefax, elektronische post of door afgifte per drager tegen ontvangstbewijs van de Administratie. Als de mededeling bedoeld in lid 1, 6° geschiedt buiten de kantooruren van de Administratie, dient een kopie van het aan de Administratie gerichte document zich aan boord van het voertuig te bevinden.

Art. 9.Het is de exploitanten en hun aangestelden verboden de terugbetaling te verrichten van telefoon- of andere kosten, alsook rechtstreeks of onrechtstreeks premies, schadeloosstellingen of commissies aan tussenpersonen toe te kennen.
Het is de exploitanten en hun aangestelden verboden om de chauffeurs die ze tewerkstellen kosten te doen betalen die niet in collectieve arbeidsovereenkomsten zijn vastgelegd.

  Afdeling 2. - Bepalingen betreffende de chauffeurs.

  Onderafdeling 1. - Voorwaarden.

Art. 10.§ 1. De chauffeurs moeten steeds voldoen aan de vereiste waarborgen inzake zedelijkheid en beroepsbekwaamheid.

§ 2. Om zijn zedelijkheid te bewijzen, moet de chauffeur :

1° van goed gedrag en zeden zijn;
2° in België of het buitenland geen van de hiernavolgende in kracht van gewijsde gegane veroordelingen hebben opgelopen :

a) een criminele straf, al dan niet met uitstel;
b) een correctionele gevangenisstraf, in hoofdzaak, van meer dan zes maanden, al dan niet met uitstel;
c) een correctionele gevangenisstraf, in hoofdzaak, van drie tot zes maanden, al dan niet met uitstel, dit in de vijf jaar die de aanvraag tot inschrijving op het examen, tot het afleveren van het bekwaamheidscertificaat of tot de nieuwe geldigverklaring ervan voorafgaan;
d) meer dan drie veroordelingen al dan niet met uitstel voor ernstige overtredingen van het verkeersreglement, in het jaar dat de aanvraag tot inschrijving op het examen, tot het afleveren van het bekwaamheidscertificaat of tot de nieuwe geldigverklaring ervan voorafgaat;
e) meer dan één veroordeling, met of zonder uitstel, voor het besturen met alcoholintoxicatie, onder invloed, in staat van dronkenschap of onder invloed van andere stoffen die de rijvaardigheid beïnvloeden in het jaar dat de aanvraag tot inschrijving op het examen, tot het afleveren van het bekwaamheidscertificaat of tot de nieuwe geldigverklaring ervan voorafgaat;
f) correctionele of politieveroordelingen die, bij elkaar opgeteld, meer dan drie maanden gevangenisstraf in hoofdzaak bedragen, met of zonder uitstel, in de drie jaar die de aanvraag tot inschrijving op het examen, tot het afleveren van het bekwaamheidscertificaat of tot de nieuwe geldigverklaring ervan voorafgaan.

Er wordt geen rekening gehouden met de uitgewiste veroordelingen of de veroordelingen waarvoor de betrokkene eerherstel heeft gekregen.

§ 3. Om zijn beroepsbekwaamheid te bewijzen, moet de chauffeur het door de Administratie afgeleverde en in artikel 12 van dit besluit bedoelde bekwaamheidscertificaat voorleggen of minstens het voorlopige bekwaamheidscertificaat bedoeld in artikel 13, § 3.

Art. 11.Niemand mag het beroep van taxichauffeur uitoefenen als hij de leeftijd van 21 jaar niet heeft bereikt en als hij niet woonachtig is in België of niet beschikt over een gekozen woonplaats waar hem elke oproeping of officiële betekening geldig zal kunnen gedaan worden, als hij niet houder en drager is van een door de Administratie afgeleverd bekwaamheidscertificaat of minstens het voorlopige bekwaamheidscertificaat bedoeld in artikel 17, § 3.

Art. 12.Om in het bezit te komen van zijn bekwaamheidscertificaat moet de kandidaat-chauffeur zich bij het Bestuur aanmelden en de volgende documenten bij zich hebben :

1° zijn identiteitskaart of, voor een buitenlandse staatsburger, een document waaruit zijn identiteit blijkt, in voorkomend geval vertaald in een van de landstalen door een beëdigd vertaler;
2° het behoorlijk gevalideerde bewijs van medische schifting of het geschiktheidsattest, uitgereikt met toepassing van de vigerende federale reglementering, behoudens indien een daarop betrekking hebbende vermelding op het rijbewijs van de kandidaat staat;
3° het nationaal Belgisch rijbewijs, minstens van categorie B, of een Europees rijbewijs geldig voor dezelfde categorie;
4° een uittreksel uit het strafregister afgeleverd volgens de artikelen 595 en 596, lid 1 van het Wetboek van strafvordering en minder dan drie maanden oud, waaruit zijn zedelijkheid blijkt. Daarenboven voor de buitenlandse staatsburgers, een attest van hun ambassade of elk ander document dat hun goed zedelijk gedrag bewijst vóór ze naar België zijn gekomen, of, in voorkomend geval, het bewijs dat zij genieten van het statuut van vluchteling. De kandidaat-vluchtelingen en de onderdanen van een vreemde staat die legaal en onafgebroken in België verblijven sinds meer dan vijf jaar kunnen in aanmerking komen, mits zij een Belgisch uittreksel uit het strafregister afgeleverd volgens de artikelen 595 en 596, lid 1 van het Wetboek van strafvordering, model 1 overleggen.
Om zijn zedelijkheid te bewijzen mag de kandidaat-chauffeur in België of in het buitenland geen van de in artikel 10, § 2 in kracht van gewijsde gegane veroordelingen hebben opgelopen;
5° voor de betrokken buitenlandse staatsburgers, de documenten waarvan het bezit vereist is voor het verwerven van het recht arbeidsprestaties te verrichten in België;
6° een getuigschrift waaruit blijkt dat de kandidaat geslaagd is voor de gedragstesten bedoeld in artikelen 13 tot en met 16;
7° een getuigschrift waaruit blijkt dat de kandidaat geslaagd is voor de examens bedoeld in artikel 17  § 1 of een slaagattest voor de opleiding van taxichauffeur bedoeld in artikel 17 § 2;
8° een attest afgeleverd door een erkend opleider waaruit blijkt dat de kandidaat-chauffeur met vrucht een cursus ecologisch rijden gevolgd heeft. Onder een cursus ecologisch rijden, verstaat men een rijopleiding, zowel economisch als ecologisch, gegeven door een vooraf door het Gewest aangewezen beroepsrijinstructeur. Deze opleiding moet bestaan uit een theoretisch luik en een praktische rijopleiding achter het stuur.

Art. 13.

§ 1. Om het bekwaamheidscertificaat te verkrijgen dat toegang verleent tot de uitoefening van het beroep van taxichauffeur, moet de kandidaat, alvorens het volgen van de verplichte opleidingscursussen bedoeld in artikel 17, § 1 of de opleiding bedoeld in artikel 17, § 2, met vrucht gedragstesten afleggen bij een door het Bestuur aangesteld organisme dat geschikt is om persoonlijkheidstesten af te nemen van chauffeurs van voertuigen die met het publiek in contact komen. Kandidaten voor de gedragstest die in het bezit zijn van een attest van Actiris waaruit blijkt dat zij reeds over een concreet aanbod van een exploitant beschikken voor het volgen van de praktisch opleiding, krijgen voorrang op andere kandidaten voor het afleggen van de gedragstest.

§ 2. Alvorens de in paragraaf 1 bedoelde test af te leggen, dient de kandidaat het in artikel 12, 4° bedoelde uittreksel uit het strafregister bij het Bestuur voor te leggen. Enkel de kandidaten die, in België of in het buitenland, geen van de hiernavolgende in kracht van gewijsde gegane veroordelingen hebben opgelopen, bedoeld in artikel 10 § 2, in de periode die de aanvraag zoals bedoeld in die bepaling voorafgaat, mogen de in lid 1 bedoelde test afleggen.

§ 3. Op vertoon van het in artikel 12, 6° bedoelde getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene geslaagd is voor de gedragstest, ontvangt de betrokkenen, onder de voorwaarden bedoeld in artikel 19, eerste lid betreffende de arbeidsovereenkomst of artikel 19, tweede lid betreffende de zelfstandige taxichauffeurs, een voorlopig bekwaamheidscertificaat dat de hem toelaat te werken als zelfstandige taxichauffeur of als taxichauffeur in dienst van deze exploitant op voorwaarde dat de exploitant instaat voor de praktische opleiding van de chauffeur betreffende de topografie van het Gewest (kennis van het snelste traject om van de ene plaats naar de andere te gaan en kennis van de locatie van de voornaamste openbare of voor het publiek toegankelijke plaatsen), het opstellen van het rittenblad en het gebruik van de taximeter. In het geval dat de betrokkene beoogt om zelfstandig taxichauffeur te zijn wordt zijn opleiding, bedoeld de vorige alinea, verzekerd door een exploitant die minimaal 5 jaar ervaring heeft in deze hoedanigheid en in het kader van een opleidingsovereenkomst waarvan de voorwaarden en een typemodel worden vastgelegd door de Minister.
In het geval dat de betrokkene beoogt om zelfstandig taxichauffeur te zijn wordt zijn opleiding, bedoeld de vorige alinea, verzekerd door een exploitant die minimaal 5 jaar ervaring heeft in deze hoedanigheid en in het kader van een opleidingsovereenkomst waarvan de voorwaarden en een typemodel worden vastgelegd door de Minister.
Het voorlopige bekwaamheidscertificaat wordt afgeleverd voor een eenmalige periode van één jaar. Dit vermeldt de naam van de werkgever of zijn opleider naargelang het geval, zijn DIMONA-nummer, het arbeidsstelsel en het RSZ-inschrijvingsnummer.
De gegevens vermeld op het voorlopige bekwaamheidscertificaat worden gewijzigd en bijgewerkt telkens er een verandering optreedt in de inlichtingen van de houder ervan en onder meer ingeval de opleider, de werkgever of het precieze uurrooster van de tewerkstelling verandert. Te dien einde zijn de chauffeurs ertoe gehouden zich te melden bij het Bestuur binnen de tien dagen na de feiten die de wijziging of de bijwerking rechtvaardigen.
Iedere chauffeur die niet meer effectief werkt met een arbeidsovereenkomst of met een opleidingsovereenkomst of na vervallen van zijn voorlopig bekwaamheidscertificaat, is ertoe gehouden het voorlopige bekwaamheidscertificaat bij het Bestuur in te leveren binnen de tien werkdagen te rekenen vanaf het stopzetten van zijn activiteit van taxichauffeur of van het vervallen van zijn voorlopig bekwaamheidscertificaat. Indien het bekwaamheidscertificaat niet vrijwillig wordt ingeleverd, kunnen de in artikel 37 van de ordonnantie bedoelde ambtenaren en beambten o.m. belast worden met het recupereren van dit document.
Een nieuw voorlopig bekwaamheidscertificaat kan enkel aangevraagd worden minstens één jaar na het vervallen van het vorige voorlopige certificaat en mits het voorleggen van een uittreksel uit het strafregister dat niet ouder is dan drie maanden. Eenzelfde persoon kan niet meer dan drie voorlopige bekwaamheidscertificaten ontvangen.
Het voorlopige bekwaamheidscertificaat kan tijdelijk opgeschort of definitief ingetrokken worden, overeenkomstig de artikelen 73 tot 76.
 

Art. 14. Het organisme dat door de Minister wordt aangewezen voor het afnemen van de in artikel 13 bedoelde gedragstesten en het opmaken van de slaagattesten moet kunnen aantonen over een ruime ervaring te beschikken op het vlak van gedragstesten voornamelijk afgenomen van personen die het bezoldigd vervoer van personen zullen verzorgen.

Art. 15. Het Bestuur overhandigt de kandidaat-chauffeur alle inlichtingen en documenten aangaande het afleggen van de in artikel 13 bedoelde gedragstesten op het ogenblik van diens aanmelding bij het Bestuur.

Art. 16. Onverminderd de in artikel 33 van de ordonnantie bedoelde taks, worden de kosten die het in artikel 14 bedoelde organisme heeft gemaakt voor de uitvoering van de gedragstesten voor de kandidaten-taxichauffeur, volledig door het Gewest gedragen.

Art. 17 § 1. Elke persoon die een bekwaamheidscertificaat aanvraagt moet theoretische cursussen volgen en een slaagattest voorleggen voor een theoretisch examen waarmee deze cursussen met succes werden afgesloten.
De theoretische opleidingscursussen worden verzorgd door het Bestuur en handelen onder meer over de volgende materies :

1° reglementering betreffende de taxidiensten;
2° sociale reglementering met betrekking tot het beroep van taxichauffeur;
3° kaartlezen : aanduiding van een precieze bestemmingsplaats die door een potentiële klant gekozen werd;
4° reglementering betreffende de toegang tot de eigen banen voor taxivoertuigen;
5° informatie over personen met beperkte mobiliteit in verband met hun vervoer per taxi en over de veiligheidsprincipes die nageleefd moeten worden in het kader van het beroep van taxichauffeur;
6° Opleiding " klantgerichtheid ".

Tijdens de opleiding ontvangen de kandidaten een gedetailleerde documentatie of syllabi over deze materies.
De deelname aan alle theoretische opleidingscursussen is verplicht alvorens het theoretische examen te mogen afleggen, tegen de prijs en onder de voorwaarden vastgelegd in artikel 33 van de ordonnantie.
Het theoretische examen omvat een schriftelijke en een mondelinge proef en wordt georganiseerd door het Bestuur. Enkel de personen die vooraf in het bezit zijn van alle in het artikel 12, 1° tot 6° opgesomde documenten en die alle theoretische opleidingscursussen hebben gevolgd, mogen zich inschrijven voor dit examen.
De theoretische schriftelijke proef handelt over de reglementering betreffende de taxidiensten en onder meer over het opstellen van de rittenbladen bedoeld in artikel 26 § 2.
De theoretische mondelinge proef handelt over het kaartlezen : aanduiding in een welbepaalde maximumtijd van de precieze bestemmingsplaats die door de klant gekozen werd aan de hand van een stratenplan van het Gewest.
De proeven worden afgelegd in het Frans of in het Nederlands, naargelang de bij de inschrijving door de kandidaat gekozen taal.
De vertegenwoordigers van de taxichauffeurs binnen het Adviescomité kunnen bij consensus en in de schoot van dit comité een waarnemer aanwijzen om de proeven bij te wonen.
Het al dan niet slagen voor de proeven wordt beslist door een deliberatiecommissie samengesteld uit de examinatoren bij wie de proeven werden afgelegd en twee door de Minister aangewezen personen binnen het Bestuur, waarvan er een het voorzitterschap waarneemt.
Om te slagen voor de proeven moet de kandidaat minstens de helft van de punten behalen voor elk van de 2 proeven, waar hij minstens 60 % van de punten moet behalen voor beide proeven.
Op schriftelijke aanvraag bij het Bestuur kan de kandidaat zijn gedetailleerde uitslagen van de proeven krijgen.
Het slagen voor de proeven blijft gedurende drie jaar geldig te rekenen vanaf de datum van het getuigschrift bedoeld in artikel 12, 7°.
Onverminderd de taksen bedoeld in artikel 33 van de ordonnantie, worden de kosten die de examens met zich meebrengen, integraal door het Gewest gedragen.

§ 2. De kandidaat die een opleiding van taxichauffeur met succes heeft gevolgd bij een door de Minister erkende openbare instelling die beroepsopleidingen verstrekt, wordt vrijgesteld van deelname aan de theoretische opleidingscursussen van het Bestuur en van het afleggen van het theoretische examen, mits hij een getuigschrift van deze instelling voorlegt waaruit blijkt dat deze kandidaat met vrucht de beroepsopleiding heeft gevolgd.
Dit getuigschrift blijft gedurende drie jaar geldig te rekenen vanaf de datum van afgifte.

§ 3. Wordt opgeheven.

§ 4.Na een werkperiode van minstens vier maanden onder dekking van een voorlopig bekwaamheidsattest zoals bedoeld in paragraaf 3 van artikel 13, mag de betrokkene de in artikel 12, 8° bedoelde cursus ecologisch rijden volgen.
Onverminderd de taksen bedoeld in artikel 33 van de ordonnantie, worden de kosten die de cursussen ecologisch rijden met zich meebrengen, integraal door het Gewest gedragen.

De erkende opleider bedoeld in artikel 12, 8° bezorgt een getuigschrift waaruit blijkt dat de kandidaat, al dan niet met vrucht, de cursus ecologisch rijden heeft gevolgd.

§ 5. Onder dekking van zijn voorlopig bekwaamheidscertificaat, moet de betrokkene gedurende een periode van maximaal 12 maanden ter rekenen vanaf het afleveren van dit certificaat, prestaties uitvoeren die, in totaal, overeenkomen met een voltijdse prestaties gedurende 6 maanden et dit zowel in de hoedanigheid van zelfstandige of loontrekkende, in dienst van maximum twee verschillende exploitanten die hem een praktische opleiding verzekeren betreffende de topografie, het opstellen van het rittenblad en het gebruik van de taximeter.
Bij overmacht kan het Bestuur de betrokkene toelaten om bij een derde exploitant te werken.
De werkperiode bij deze laatste exploitant moet minstens drie maanden bedragen.
Na de werkperiode bij hem of na de opleidingsovereenkomst, bezorgt elke exploitant aan de betrokkene een getuigschrift over de manier waarop hij de in lid 1 bedoelde praktische opleiding heeft verwerkt in de voorwaarden en volgens een typemodel vastgelegd door de Minister.

§ 6. Op vertoon van het slaagattest voor het theoretische examen, bedoeld in § 1, of op vertoon van het getuigschrift betreffende de opleiding bedoeld in § 2, alsook op vertoon van de getuigschriften respectievelijk bedoeld in § 3, lid 3 en in § 4, lid 4, alsook op vertoon van de ingevulde rittenbladen door de betrokkene tijdens zijn drie laatste werkmaanden en van zijn loonfiches met betrekking tot de volledige periode van zijn praktische opleiding bedoeld in § 5, lid 1, alsook eventueel na onderzoek van getuigschriften betreffende de manier van rijden en het zich gedragen, overgemaakt aan de kandidaat of het Bestuur door iedere andere tussenkomende persoon zoals collega's of klanten, bezorgt het Bestuur hem, indien deze oordeelt dat alle elementen aantonen dat de kandidaat voldoet aan alle voorwaarden om het beroep van taxichauffeur uit te oefenen, een getuigschrift waaruit blijkt dat de betrokkene de voorwaarden vervult om het bekwaamheidscertificaat van taxichauffeur te ontvangen overeenkomstig artikel 19. Indien alle voorwaarden bedoeld in die bepaling op het moment van de aanvraag vervuld zijn, wordt rechtstreeks aan de betrokkene een bekwaamheidscertificaat van taxichauffeur bezorgd.

Art. 18.1 § 1er. De kandidaat die gedeeltelijk niet slaagt voor de proeven bedoeld in artikel 17 § 1, wordt vrijgesteld van het opnieuw afleggen van de proef waarvoor hij geslaagd zou zijn onder de voorwaarden van dit artikel. Deze vrijstelling blijft geldig gedurende drie jaar te rekenen vanaf de inschrijving voor deze proeven.


§ 2. De kandidaat die bij de examens bedrog pleegt, wordt uitgesloten, en zijn uitsluiting zal door de deliberatiecommissie worden bevestigd bij met redenen omklede en aan de betrokkene medegedeelde beslissing, en zal zich pas één jaar na de laatste poging opnieuw mogen aanmelden.

§ 3. De kandidaat die niet geslaagd is voor hetzij de gedragstesten bedoeld in artikel 13, hetzij het theoretische examen bedoeld in artikel 17, § 1, kan zich pas herinschrijven voor de testen of voor het theoretische examen na het verstrijken van een termijn van vier maanden ingaand vanaf de beslissing van zijn niet-slagen. De kandidaat die drie keer gezakt is, kan zich pas herinschrijven voor de testen of het examen na het verstrijken van een termijn van drie jaar ingaand vanaf de derde beslissing van zijn niet-slagen.

§ 4. De kandidaat die zich niet aanmeldt voor de examens waarvoor hij zich had ingeschreven of die opgeeft in de loop van de sessie, wordt geacht als zijnde niet geslaagd, tenzij hij een medisch attest kan vertonen.

§ 5. Worden voor een periode gaande tot tien jaar uitgesloten van het recht aan de examens deel te nemen, de kandidaten die :

1. zich onbeleefd of respectloos hebben gedragen tegenover de examinatoren of de personeelsleden van het Bestuur;
2. zich schuldig hebben gemaakt aan verduistering van materiaal of opzettelijk het materiaal of de lokalen van het Bestuur hebben beschadigd;
3. handelingen hebben verricht met het oog op het beïnvloeden, in hun voordeel, van een examinator of elk ander personeelslid van het Bestuur.

De beslissing om een kandidaat uit te sluiten, wordt genomen bij een met redenen omkleed besluit van de Minister en aan de betrokkene medegedeeld. Deze vermeldt onder meer de duur van de uitsluiting.

Art. 19. De kandidaten die voldoen aan alle in artikelen 13 en 17 bedoelde voorwaarden, krijgen hun bekwaamheidscertificaat slechts op vertoon van de getuigschriften die dit bewijzen, de in artikel 12 bedoelde documenten alsook van een door een exploitant van een taxidienst, houder van een door het Gewest afgeleverde exploitatievergunning, voor eensluidend verklaard afschrift van het arbeidscontract waaruit blijkt dat hij de kandidaat als taxichauffeur in dienst heeft genomen en van een kopie van het ontvangstbericht van de DIMONA-verklaring i.v.m. dit contract.
Voor de zelfstandigen zal het bekwaamheidscertificaat slechts worden afgeleverd op vertoon van het bewijs dat de betrokkene is aangesloten bij een socialeverzekeringsfonds voor zelfstandigen.
Het bekwaamheidscertificaat wordt aan de taxichauffeur overhandigd pas nadat deze het "handvest van de taxichauffeur" dat overeenstemt met het in bijlage 3 van dit besluit overgenomen model heeft ondertekend.
De chauffeurs dienen om de vier jaar een opfriscursus te volgen bij een instelling erkend door de Administratie, waarvan de nadere regeling bij een afzonderlijk besluit zal worden bepaald.

Art. 20. Op het bekwaamheidscertificaat wordt vermeld dat de chauffeur tewerkgesteld is bij een of meer werkgevers en worden opgenomen o.m. de naam van de werkgever(s), zijn of hun DIMONA-nummers, de dagen waarop gewerkt wordt, alsook het (de) inschrijvingsnummer(s) bij de R.S.Z.
De gegevens vermeld op het bekwaamheidscertificaat worden gewijzigd en bijgewerkt telkens er een verandering optreedt in de toestand van de houder ervan, meer bepaald ingeval de werkgever of het arbeidsregime verandert. Te dien einde zijn de chauffeurs ertoe gehouden, zich te melden bij de Administratie binnen de tien dagen na de feiten die de wijziging of de bijwerking rechtvaardigen.

Art. 21. Iedere chauffeur die niet meer effectief werkt, is ertoe gehouden het bekwaamheidscertificaat bij de Administratie in te leveren binnen de tien werkdagen, te rekenen vanaf het stopzetten van zijn activiteit van taxichauffeur. Indien het bekwaamheidscertificaat niet vrijwillig wordt ingeleverd, kunnen de in artikel 37 van de ordonnantie bedoelde ambtenaren en beambten o.m. belast worden met het recupereren van dit document.

Art. 22. Zij die taxichauffeur wensen te worden maar die het beroep van taxichauffeur wederrechtelijk, zonder houder te zijn van een bekwaamheidscertificaat, op het Brussels Hoofdstedelijk Grondgebied hebben uitgeoefend, zullen, na vaststelling bij proces-verbaal opgesteld door een controleur van de Administratie der taxi's, hun inschrijving voor de examens door het Bestuur geweigerd zien voor een periode van twee jaar beginnend vanaf de datum van het proces-verbaal van vaststelling van het misdrijf.

Art. 23. De bekwaamheidscertificaten van de chauffeurs dienen om de twee jaar opnieuw geldig verklaard te worden, uiterlijk drie maanden na de verjaardagdatum van de chauffeur, tijdens de pare jaren voor de chauffeurs geboren tijdens een paar jaar en tijdens de onpare jaren voor de chauffeurs geboren tijdens een onpaar jaar.
Het bekwaamheidscertificaat van een chauffeur geboren tijdens een paar jaar is geldig vanaf de uitreikingsdatum tot drie maanden na de verjaardagdatum van de chauffeur die valt in de loop van het paar jaar volgend op het jaar waarin het bekwaamheidscertificaat uitgereikt werd.
Het bekwaamheidscertificaat van een chauffeur geboren tijdens een onpaar jaar is geldig vanaf de uitreikingsdatum tot drie maanden na de verjaardagdatum van de chauffeur die valt in de loop van het onpaar jaar volgend op het jaar waarin het bekwaamheidscertificaat uitgereikt werd.
De chauffeurs zijn ertoe gehouden zich om de twee jaar bij het Bestuur aan te melden, uiterlijk drie maanden na hun verjaardagdatum, voorzien van een uittreksel uit het strafregister, afgeleverd overeenkomstig de artikelen 595 en 596, lid 1, van het Wetboek van Strafvordering, minder dan drie maanden oud, alsook van het geldig bewijs van medische schifting of het geldig geschiktheidsattest, uitgereikt met toepassing van de vigerende federale reglementering, behalve als er een desbetreffende vermelding op het rijbewijs van de chauffeur staat. Onverminderd artikel 75, lid 3, worden de bekwaamheids-certificaten opnieuw geldig verklaard naar aanleiding van deze aanmelding. Op hun bekwaamheidscertificaat zal melding worden gemaakt van deze nieuwe geldigverklaring.
Elk bekwaamheidscertificaat dat niet opnieuw geldig verklaard werd, vervalt en moet bij het Bestuur worden ingeleverd.
Indien het bekwaamheidscertificaat niet vrijwillig wordt ingeleverd, kunnen de in artikel 37 van de ordonnantie bedoelde ambtenaren en beambten belast worden met het recupereren van dit document.
De nieuwe geldigverklaring van het bekwaamheidscertificaat zal worden geweigerd als het bewijs van medische schifting of het geldig geschiktheidsattest, uitgereikt met toepassing van de vigerende federale reglementering vervallen is, of als uit het uittreksel uit het strafregister, afgeleverd overeenkomstig de artikelen 595 en 596, lid 1, van het Wetboek van Strafvordering, blijkt dat door veroordelingen opgelopen sinds het laatste visum, niet langer kan worden beschouwd dat de chauffeur beantwoordt aan de zedelijkheidsvereisten bedoeld in artikel 10, § 2, van dit besluit.
De chauffeurs van wie het bekwaamheidscertificaat twee opeenvolgende keren niet opnieuw geldig verklaard werd, zijn verplicht opnieuw de proeven neergelegd in artikel 17 af te leggen om een nieuw bekwaamheidscertificaat te behalen.

Art. 24. Het vervallen van de medische schifting of de geschiktheid vastgesteld met toepassing van de vigerende federale reglementering, heeft van rechtswege het verval van het bekwaamheidscertificaat tot gevolg.

Art. 25. Onverminderd de verplichting om in het bezit te zijn van deze documenten op het ogenblik waarop de situatie zich voordoet, zijn de chauffeurs ertoe gehouden om binnen tien werkdagen nadat de situatie zich voordoet de Administratie op de hoogte te brengen van elke wijziging van woonplaats, op vertoon van hun identiteitskaart, alsook van elke verandering van werkgever op vertoon van een kopie van hun nieuwe arbeidscontract.

Onderafdeling 2. - Verplichtingen van de chauffeurs in dienst.

Art. 26.§ 1. Wanneer de chauffeurs in dienst zijn, zijn zij ertoe gehouden om de volgende documenten bij zich te hebben :

1° het geldig bekwaamheidscertificaat, afgeleverd door de Administratie;
2° het geldig bewijs van medische schifting of het geschiktheidsattest, uitgereikt met toepassing van de vigerende federale reglementering, behalve als er een desbetreffende vermelding op het rijbewijs van de chauffeur staat;
3° het Belgisch rijbewijs of het Europees rijbewijs, minstens van tenminste categorie " B ";
4° de identiteitskaart.
5° Indien hij loontrekker is, als hij geniet van een aanvullende werkloosheidsuitkering, van het door de RVA afgeleverde document C3, behoorlijk ingevuld, en indien hij zelfstandige is, een kopie van zijn attest van aansluiting bij een socialeverzekeringsfonds voor zelfstandigen.

§ 2. De chauffeurs moeten op ieder moment een dagelijks rittenblad door de digitale taxameter op een afgedrukte manier of via een elektronische drager kunnen voorleggen waarop o.a. de volgende gegevens vermeld staan :

1° de datum waarnaar het rittenblad verwijst;
2° de naam van de natuurlijke of rechtspersoon die het voertuig uitbaadt en zijn telefoonnummer;
3° het identificatienummer van de taxi, het reserve- of vervangingsvoertuig, zoals afgeleverd door de Administratie;
4° de nummerplaat van het voertuig;
5° het nummer van het bekwaamheidsattest van de chauffeur;
6° de datum en het uur waarop de dienst van de chauffeur begint;
7° de kilometerstand van de digitale taxameter in het begin van de dienst;
8° de volgnummers van de ritten;
9° de adressen en uren van in- en uitstappen van de klanten;
10° de ontvangen bedragen;
11° de dienstonderbrekingen;
12° de kilometerstand de taxameter op het einde van de dienst;
13° het aantal opnemingen dat op de digitale taxameter voorkomt bij het begin van de dienst;
14° het aantal afgelegde kilometers met een klant aan boord bij het begin van de dienst;
15° het aantal opnemingen dat op de digitale taxameter voorkomt op het einde van de dienst;
16° het aantal afgelegde kilometers met een klant aan boord op het einde van de dienst;
17° de aard van de rit naargelang het gaat om gewoon vervoer of vervoer van een persoon met beperkte mobiliteit;

De aanduidingen onder 1° tot en met 7° en onder 13° en 14° moeten opgeslagen worden voordat de chauffeur aan zijn dienst begint. De aanduiding onder 11° moet worden opgeslagen vóór het begin van de onderbreking van de dienst. De aanduidingen onder 12°, 15° en 16° moeten opgeslagen worden op het einde van de dienst.
De overige aanduidingen dienen te worden opgeslagen ten laatste op het einde van elke rit.
De ritbladen moeten minstens gedurende zeven dagen in het toestel bewaard worden en, vervolgens, gedurende vijf jaar na de datum van hun opstelling, op een zelfstandige drager, hetzij op de zetel van de exploitant, hetzij op een beveiligde server bij een derde en moeten, gerangschikt per voertuig en per datum, vertoond kunnen worden op elk door de ambtenaren en beambten van de Administratie gedaan verzoek in het kader van de uitoefening van hun functie.

§ 3. De documenten bedoeld in dit artikel moeten worden vertoond op elk door de in artikel 37 van de ordonnantie bedoelde ambtenaren en beambten gedaan verzoek.

§ 4. Het is de bestuurders verboden om de dagtellers vóór het einde van hun dienst terug op nul te zetten.

Art. 27. § 1. De chauffeurs moeten een keurige kleding dragen. Onder keurige kleding dient men te verstaan kleding die voldoet aan de specificaties van § 2, van dit artikel.

§ 2. Deze kleding voldoet aan de volgende specificaties :
1° voor het mannelijk personeel : een effen jek of jas, een effen broek, een effen hemd en gesloten schoenen;
2° voor het vrouwelijk personeel : een effen jek of jas, een effen broek of jurk, een effen hemd en gesloten schoenen.
Bij warm weer is het dragen van het jek en de jas niet verplicht. Bij koud weer wordt het dragen van een effen pullover toegestaan.

Art. 28. § 1. De chauffeurs zijn ertoe gehouden, van zodra de taxi vrij is, de personen die wensen vervoerd te worden op te pikken.
Nochtans moet de aangeroepen bestuurder de rit weigeren, als zijn voertuig zich op minder dan honderd meter bevindt van een standplaats voor taxi's, waar één of meerdere voertuigen beschikbaar zijn.
Na elke rit of ononderbroken reeks ritten is de bestuurder ertoe gehouden zo snel mogelijk de speciaal voorziene standplaats van zijn keuze op te zoeken.
§ 2. In afwijking van de bepaling van paragraaf 1 kunnen de chauffeurs :
1° weigeren om elk persoon te vervoeren die vraagt over een lange afstand of naar een weinig bewoonde plaats vervoerd te worden, tenzij ze zijn identiteit hebben kunnen vaststellen, desnoods met tussenkomst van de plaatselijke politie of de federale politie;
2° een voorschot vragen voor langeafstandsritten;
3° elke persoon weigeren te vervoeren die in zichtbare staat van dronkenschap verkeert of onder invloed van verdovende middelen.

§ 3. In geval van onenigheid tussen een chauffeur en een vervoerde persoon over de prijs van de uitgevoerde rit, mag de chauffeur niet weigeren om de klant naar een politiekantoor te vervoeren, alwaar de klacht onderzocht zal worden.

Art. 29.De chauffeurs zijn ertoe gehouden :
1° zich in alle omstandigheden beleefd en met respect te gedragen tegenover het publiek, de klanten, de collega's en de vertegenwoordigers van de Administratie, meer bepaald de beambten belast met de controle en het toezicht op taxi's en huurwagens met chauffeur;
2° om bejaarden of personen met een beperkte mobiliteit, alsmede kinderen die alleen reizen te helpen bij het in- en uitstappen van de voertuigen en ook in het bijzonder de veiligheid te waarborgen van de personen in een rolstoel gedurende het hele traject;
3° zich ervan te vergewissen dat de deuren goed gesloten zijn, alvorens hun voertuig in werking te zetten;
4° met hun voertuig ter beschikking te blijven van de reizigers die ze vervoeren, en dit voor de gehele door hen gevraagde tijd, behalve indien daaruit prestaties zouden resulteren van een duidelijk overdreven omvang;
5° erop toe te zien dat de door dit besluit ten laste van de reizigers gelegde verplichtingen worden nageleefd. Zij moeten tevens helpen bij het laden en lossen van hun koffers;
6° zich ervan te vergewissen dat de klant niets is vergeten in het voertuig en hem meteen de voorwerpen terug te geven die hij daar zou hebben laten liggen.
Als om een of andere reden, deze teruggave niet heeft kunnen plaatsvinden, moeten de gevonden voorwerpen zo vlug mogelijk afgegeven worden, ten laatste binnen de vijf dagen, aan het loket van de dienst taxi's van de Administratie;
7°  om systematisch, zelfs zonder dat de klant erom verzoekt, na elke rit, het in artikel 41,5°, van dit besluit bedoelde ticket af te leveren; indien voor welke reden dan ook, dit ticket niet kan overhandigd worden aan de klant, dient de chauffeur hem een geschreven ticket te overhandigen waarin alle aanduidingen bedoeld in artikel 41,5° worden vermeld en het incident onmiddellijk te melden aan de exploitant; in dat geval moet hij de oorzaak van dit incident laten herstellen, ten laatste op de eerste werkdag na het incident.
8° zich te voegen naar de bevelen van de ambtenaren en beambten bedoeld in artikel 37 van de ordonnantie;
 9° op ieder moment een rapport met de totalisatoren voorleggen op een afgedrukte manier of via een elektronische drager, op elk door de ambtenaren en beambten, bedoeld in artikel 37 van de ordonnantie, gedaan verzoek in het kader van de uitoefening van hun functie;
10° de taxicheques met universele waarde te aanvaarden als betalingsmiddel en wisselgeld terug te geven indien hun waarde hoger is dan de prijs van de rit.
De chauffeurs die het voorwerp zijn geweest van een proces-verbaal of van een gegrond verklaarde klacht wegens ongemanierd of agressief gedrag, zullen verplicht kunnen worden, onverminderd de eventuele administratieve sancties die hen opgelegd kunnen worden, de gedragstesten bedoeld in artikelen 13 tot en met 16 van dit besluit af te leggen of opnieuw af te leggen en ervoor te slagen. Indien een chauffeur die naar behoren werd opgeroepen zich niet aandient voor deze testen, zonder geldige reden, of indien de omschrijving in het verslag van deze afgelegde of opnieuw afgelegde test dit rechtvaardigt, kan zijn bekwaamheidscertificaat definitief ingetrokken worden overeenkomstig de artikelen 73 tot 76.

Art. 30. Tenzij anders door de klant is aangegeven, moet de bestuurder deze langs de snelste weg naar zijn bestemming brengen.

Art. 31.Het is de chauffeurs verboden :
1° om hun dienst te verzorgen in het gezelschap van andere personen dan de klanten of in het gezelschap van een dier;
2° om te roken in het voertuig;
3° om een prijs te vragen die hoger ligt dan deze vermeld op de taximeter, behalve speciale toeslagen vastgelegd door de Regering met toepassing van artikel 29, lid 1, van de ordonnantie;
4° om hun voertuig met een klant aan boord door derden te laten besturen;
5° om hun voertuig te laden met voorwerpen die de binnenbekleding kunnen beschadigen of bevuilen;
6° om een radio, een CD-speler of een geluidsopnemer te laten spelen, met uitzondering van de dienstradiotelefoon, behalve met de instemming van de reiziger;
7°  om klanten te ronselen of om klanten te doen ronselen door derden
8° om hun voertuig boventallig of buiten de vastgelegde limieten te parkeren;
9° om op hun toegelaten standplaats zonder reden de motor van het voertuig te laten draaien.
 
  Afdeling 3. - Bepalingen betreffende de voertuigen.

  Onderafdeling 1. - Algemene verplichtingen.

Art. 32.§ 1. De voor een taxidienst bestemde voertuigen moeten voorzien zijn van ten minste drie zijdeuren, zich in goede staat bevinden en steeds in goede staat onderhouden worden, zowel binnen als aan de buitenkant, alsmede voldoen aan al de hierna volgende voorwaarden inzake kwaliteit, comfort, gemak en properheid, zowel wat het koetswerk als wat het interieur betreft :
1° de deuren, koffer en motorkap moeten zonder problemen open en dicht kunnen;
2° de ramen van de deuren gemakkelijk open en dicht kunnen;
3° de taximeter moet op zodanige wijze in het voertuig geïnstalleerd worden, dat de voorkant steeds zichtbaar blijft voor een reiziger die in het voertuig zit. Wanneer de taximeter in een houder is geplaatst, mag deze geen sluitingssysteem bevatten dat de klanten zou kunnen verhinderen om een duidelijk zicht te hebben op het toegepaste tarief en de bedragen die op de taximeter verschijnen;
4° in de koffer van het voertuig mogen geen voorwerpen liggen die het opbergen van de bagages van de klanten kunnen verhinderen. Om deze bagages niet vuil te maken moet hij steeds perfect in een propere staat gehouden worden;
5° de voertuigen mogen geen sporen van ongeval of roest vertonen. De verf van het voertuig mag nergens afbladeren of loskomen. De verf mag geen herstellingen van een andere kleur dan deze van het voertuig vertonen;
6° de zetels mogen niet ingedeukt zijn, de bekleding mag niet gescheurd zijn, noch sporen van bevuiling vertonen;
7° wanneer het voertuig in beweging is, mag het geen abnormale geluiden of trillingen produceren;
8° in het voertuig mag er geen papier of afval komen te slingeren;
9° de voertuigen moeten regelmatig verlucht worden zodat er geen enkele onaangename geur in het interieur waar te nemen valt;
10° de voor een taxidienst bestemde voertuigen moeten zwart zijn en voorzien zijn van de aanduidingen vermeld als bijlage 2 bij dit besluit :
a) Een zelfklevende of magnetische horizontale band in zwart en mango-geel dambordmotief geplaatst op de hele lengte van de twee deuren van beide flanken op de lijn van het koetswerk, reëel of visueel, boven de wielen;
b) Het identificatienummer van de taxi in mango-geel op de twee achtervleugels, boven de achterwielen;
c) Een iris in mango-geel aan beide flanken aan de voorkant en achterkant van de band.
d) dragen de elektrische voertuigen buiten, op een welbepaalde plaats, een welbepaald logo dat specifiek is voor het uitsluitend elektrisch karakter van het geëxploiteerde voertuig.
11° de voertuigen mogen binnen noch buiten enige tekens, vermeldingen, voorwerpen, boodschappen of andere informatie dragen dan deze die verplicht zijn in het kader van de exploitatie van de taxidienst, deze met betrekking tot de activiteit van de exploitant zelf, of desgevallend, deze met betrekking tot zijn eventuele aansluiting bij een telefooncentrale, of deze die zijn toegelaten met toepassing van artikel 32, § 3, van de ordonnantie;
12° de voertuigen in dienst mogen niet ouder zijn dan zeven jaar, te rekenen vanaf de datum van de eerste inverkeersstelling, zoals aangegeven op het inschrijvingsbewijs;
13° de voertuigen die door een exploitant voor de eerste keer aan een taxidienst worden toegewezen, moeten uitgerust zijn met motoren waarvan de uitstoot aan de direct van kracht zijnde Europese normen beantwoorden,

~~alsmede de normen die besloten zijn door de terzake bevoegde federale overheid;
14° de voertuigen moeten steeds in goede staat van zindelijkheid binnen en buiten onderhouden worden.
§ 2. Regelmatig controleert de Administratie de naleving van de in paragraaf 1 bedoelde verplichtingen.

Art. 33.§ 1. Elk voertuig moet geïdentificeerd worden door de Administratie alvorens het in dienst wordt genomen en moet vooraan rechts op de buitenkant van het voertuig, op een zichtbare plaats, voorzien zijn van de door de Administratie afgeleverde identificatieplaat, waarop minstens het woord " taxi " en een identificatienummer voorkomen. Deze plaat moet stevig aan het voertuig vastgemaakt worden, en het identificatienummer moet goed zichtbaar zijn.
Het identificatienummer moet tevens worden aangebracht op een klein aanplakbiljet of een bord, vastgehecht op de achterkant van één van de twee hoofdsteunen van de voorzetels, zodanig dat het altijd duidelijk zichtbaar is voor de gebruikers.
Elk cijfer moet een minimumafmeting hebben van 2 cm hoog en 1 cm breed.
Behalve de vermeldingen bedoeld in artikel 43 § 2, staan op het hierboven bedoelde aanplakbiljet of bord de volgende vermeldingen aangeduid : " Informations - Réclamations - Informatie - Klachten  Information - Complaints" gevolgd door het telefoonnummer van de dienst taxi's en huurwagens met chauffeur waarop de gebruikers een beroep kunnen doen bij elk probleem die zich voordoet in het kader van de toepassing van de wetgeving inzake de exploitatie van diensten voor taxi's en het verhuren van voertuigen met chauffeur.
Het identificatienummer van het voertuig moet eveneens duidelijk zichtbaar weergegeven worden, rechts van het dashboard.
§ 2. Opdat de klanten de identiteit van de bestuurder gemakkelijk zouden kunnen vaststellen, wordt in elk voertuig een aanplakbiljetje of een bord vastgemaakt op de rug van één van de twee hoofdsteunen van de voorzetels, met daarop, duidelijk zichtbaar voor de gebruikers, een kleurenfoto van de bestuurder, het nummer van zijn bekwaamheidscertificaat en desgevallend, de referenties van de exploitant voor wie hij werkt.
§ 3. Ieder voertuig dat aangewend wordt als taxi, met uitzondering van de vervangingsvoertuigen, moet een kentekenplaat dragen waarop de groepsletters beginnen met "TX" zoals bepaald in artikel 4, § 4 van het ministerieel besluit van 23 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen.

Art. 33. § 1. Elk voertuig moet geïdentificeerd worden door de Administratie alvorens het in dienst wordt genomen en moet vooraan rechts op de buitenkant van het voertuig, op een zichtbare plaats, voorzien zijn van de door de Administratie afgeleverde identificatieplaat, waarop minstens het woord " taxi " en een identificatienummer voorkomen. Deze plaat moet stevig aan het voertuig vastgemaakt worden, en het identificatienummer moet goed zichtbaar zijn.
Het identificatienummer moet tevens worden aangebracht op een klein aanplakbiljet of een bord, vastgehecht op de achterkant van één van de twee hoofdsteunen van de voorzetels, zodanig dat het altijd duidelijk zichtbaar is voor de gebruikers.
Elk cijfer moet een minimumafmeting hebben van 2 cm hoog en 1 cm breed.
Behalve de vermeldingen bedoeld in artikel 43 § 2, staan op het hierboven bedoelde aanplakbiljet of bord de volgende vermeldingen aangeduid : " staan , in het Frans, het Nederlands en het Engels, de vermeldingen betreffende de rechten van de klanten, overeenkomstig het in bijlage 1 van dit besluit overgenomen model, alsook de vermeldingen "Informations - Réclamations/Informatie - Klachten/Informations – Complaints/Information - Complaints" gevolgd door het telefoonnummer van de dienst taxi's en huurwagens met chauffeur waarop de gebruikers een beroep kunnen doen bij elk probleem die zich voordoet in het kader van de toepassing van de wetgeving inzake de exploitatie van diensten voor taxi's en het verhuren van voertuigen met chauffeur.
Het identificatienummer van het voertuig moet eveneens duidelijk zichtbaar weergegeven worden, rechts van het dashboard.
§ 2. Opdat de klanten de identiteit van de bestuurder gemakkelijk zouden kunnen vaststellen, wordt in elk voertuig een aanplakbiljetje of een bord vastgemaakt op de rug van één van de twee hoofdsteunen van de voorzetels, met daarop, duidelijk zichtbaar voor de gebruikers, een kleurenfoto van de bestuurder, het nummer van zijn bekwaamheidscertificaat en desgevallend, de referenties van de exploitant voor wie hij werkt.
§ 3. Ieder voertuig dat aangewend wordt als taxi, met uitzondering van de vervangingsvoertuigen, moet een kentekenplaat dragen waarop de groepsletters beginnen met "TX" zoals bepaald in artikel 4, § 4 van het ministerieel besluit van 23 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen.

Art. 34.Elk voertuig in dienst moet minstens de volgende documenten aan boord hebben :
1° een document afgeleverd door de Administratie, met vermelding van minstens de datum en de geldigheidsduur van de exploitatievergunning, de naam en het adres van de houder, het merk en het inschrijvingsnummer van het voertuig;
2° een plan van de openbare wegen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
3° de documenten met betrekking tot het voertuig bedoeld in artikel 5, 2°, 4° en 5°.
Deze documenten moeten vertoond worden op elk door de ambtenaren en beambten van de Administratie gedaan verzoek.

Art. 35. Onverminderd de toepassing van artikel 32, § 1, 11°, mag het voertuig geen andere nummers dragen dan die van de nummerplaat en de door de afgeleverde Administratie identificatieplaat.

Art. 36. In geval van verlies, diefstal of vernietiging van de identificatieplaat, de reserve- of de vervangingsplaat, wordt een nieuwe plaat slechts door de Administratie afgeleverd op vertoon van een attest van de lokale of de federale politie.

Art. 37 § 1. De voertuigen moeten uitgerust zijn met een digitale taxameter die de voorgeschreven informatie exact en in gemakkelijk leesbare karakters, zowel overdag als 's avonds, aangeeft en afdrukt.
De digitale taxameter moet permanent tijdens de dienst functioneren.
De wijzerplaat van de digitale taxameter moet opgelicht worden zodra de aanwijzingen erop niet meer leesbaar zijn bij daglicht.
De digitale taxameter moet bovendien permanent voldoen aan de voorschriften verkondigd in het koninklijk besluit van 13 juni 2006 betreffende de meetinstrumenten.

§ 2. De digitale taxameter heeft een opslagcapaciteit voor elektronische gegevens dat overkomt met minstens 7 dagen activiteit.
Deze gegevens worden zodanig beveiligd dat de integriteit, de oorsprong en het onweerlegbaar karakter ervan op elk moment gewaarborgd wordt.
De exploitant bewaart deze gegevens op een onafhankelijke drager gedurende ministens vijf jaar op de zetel van de exploitant ofwel op een beveiligde server bij een derde.
Deze gegevens moeten op een elektronische drager voorgelegd worden op elk verzoek van de ambtenaren en beëdigde agenten van de Administratie.

Art. 38.Naargelang het voertuig al dan niet bezet is, moet de taximeter al dan niet gestart worden.
Wordt beschouwd als bezet :

1° het gemende taxivoertuig vanaf het ogenblik waarop de klant met beperkte mobiliteit of de gehandicapte klant in een rolstoel opgenomen wordt door de chauffeur;
2° het per telefoon bestelde taxivoertuig vanaf het uur van opneming dat met de klant wordt overeengekomen, met de uitdrukkelijke voorwaarde dat de chauffeur zich aanbiedt en zich toont op het overeengekomen uur;
3° het taxivoertuig dat gebruikt wordt in alle andere omstandigheden, te tellen vanaf het ogenblik dat de klant plaatsneemt in het voertuig.
Het prijsberekeningsmechanisme van de digitale taxameter blijft in dienst tot het einde van de rit.

Art. 39. Aan elke taximeter moet een verklikkerlicht worden gekoppeld dat op het dak van het voertuig wordt bevestigd en door de Administratie ter beschikking van de exploitant wordt gesteld ter uitrusting, tijdens hun gebruik, van de voertuigen die in de akte van vergunning voor het exploiteren van een taxidienst worden vermeld, met inbegrip van de reserve- of vervangingsvoertuigen.
De exploitant is gehouden dat verklikkerlicht te gebruiken van zodra het voertuig in dienst is, met uitsluiting van elk ander apparaat.
Het verklikkerlicht is eigendom van de Administratie. De exploitant of de bestuurder mag het verklikkerlicht onder geen enkele vorm uitlenen, verhuren, afstaan, verkopen of toevertrouwen aan een derde.
Hij mag hem niet plaatsen op een voertuig dat niet als taxi wordt erkend.
Hij levert het verklikkerlicht in aan de Administratie in geval van opschorting of intrekking van de exploitatievergunning of wanneer hij zijn activiteiten stopzet.
De exploitant moet zorg dragen voor het onderhoud en de werking van het verklikkerlicht, o.m. door erop toe te zien dat de vervangingslampjes dezelfde intensiteit hebben als de oorspronkelijk geleverde exemplaren; in geval van verlies, diefstal, beschadiging of vernietiging vervangt hij hem op eigen kosten door een identiek model afkomstig van de Administratie.
De bestuurder is ertoe gehouden op zijn ritblad elk in de loop van de dienst vastgestelde incident aan te geven dat een invloed heeft op de goede werking van het verklikkerlicht en zich onmiddellijk naar de exploitatiezetel te begeven.
In geval van een naar behoren door de controledienst vastgesteld defect, kan de Administratie de exploitant of de chauffeur verplichten om het voertuig te vertonen, voorzien van het verklikkerlicht in goede staat van werking, op de eerste werkdag volgend op de dag van de vaststelling.
Inbreuken tegen het 1e tot het 6e lid kunnen de opschorting van de exploitatievergunning of het bekwaamheidscertificaat, naargelang het geval, tot gevolg hebben.

Art. 40. Wanneer de taximeter is gestart, moet het verklikkerlicht zeer duidelijk door middel van een controlelampje aanduiden in welke stand de taximeter zich bevindt :

1° wanneer de taxi vrij is, is het hele verklikkerlicht verlicht;
2° is de taxi bezet en tarief I is van toepassing, dan is het gedeelte van het verklikkerlicht langs de kant van de zetel naast die van de bestuurder geheel verlicht of toch minstens het cijfer " I ";
3° als de taxi bezet en tarief II van toepassing is, dan is het gedeelte van het verklikkerlicht aan de kant van de chauffeur in zijn geheel verlicht, of toch minstens cijfer " II ";
4° wanneer de taxi " einde rit " is, zijn de twee kanten van het verklikkerlicht verlicht, of toch minstens cijfers " I " en " II " en is het midden niet verlicht.

Wanneer het voertuig niet bezet is, maar geparkeerd staat of rijdt zonder beschikbaar te zijn, hetzij omdat het het voorwerp is van een bestelling, hetzij omwille van personeelsprestaties hetzij om technische redenen, dan moet het als dusdanig aangegeven worden door een bord aan de voorruit, met de vermelding " Niet vrij ". In dit geval wordt de taximeter niet gestart en is het verklikkerlicht helemaal uitgeschakeld.

Art. 41.De taximeters moeten aan de volgende voorschriften voldoen :

1° voorzien zijn van een dagteller klok;
2° het inschakelen van minstens vier al dan niet onafhankelijke tarieven mogelijk maken;
3° de automatische overgang mogelijk maken naar een ander tarief met verschillende parameters, na het afleggen van een bepaalde afstand;
4° het automatisch en tijdelijk verrekenen van een toeslag mogelijk maken, uitgedrukt ofwel in vast bedrag ofwel in percentage;
5° het aan de klanten te overhandigen ticket automatisch na het einde van de rit zelf of door bemiddeling van een daartoe voorziene apparaat afdrukken en met tenminste de volgende vermeldingen op zijn recto :

a) de vermelding "ticket"
b) de naam van de natuurlijke of rechtspersoon die het voertuig uitbaat alsook zijn telefoonnummer;
c) het identificatienummer van het voertuig dat normaal gebruikt wordt, afgeleverd door de Administratie of bij het gebruik van een reserve- of vervangingsvoertuig, het nummer van de kentekenplaat van het voertuig;
d) het nummer van bekwaamheidsattest van de chauffeur;
e) het volgnummer van de rit dat een oplopend getal is dat bestaat uit vijf cijfers, te beginnen met 00001;
f) de datum en het uur van het in- en uitstappen van de klant;
g) de instap- en uitstapplaatsen of, ingeval er geen straatnamen bestaan, de GPS-coördinaten;
h) het aantal afgelegde kilometers;
i) de toegepaste tarieven;
j) de totale prijs van de rit, voorafgegaan door de vermelding "te betalen bedrag";
k) de vermelding "plaintes-klachten" en het telefoonnummer van de Administratie waar men gratis kan bellen bij klacht en de benaming van de website van de Administratie die met hetzelfde doel kan worden geactiveerd.

6° door zichzelf of door middel van een daartoe bestemd apparaat, het lezen van kredietkaarten - met het in twee exemplaren afdrukken van kwitanties - alsook het aansluiten van een kaartlezer en een navigatiesysteem mogelijk maken;
7° het automatisch afdrukken mogelijk maken, door zichzelf of door middel van een daartoe bestemd apparaat, van de inhoud van de totalisatoren bedoeld in artikel 22 van het ministerieel besluit van 21 maart 1961 betreffende de modelgoedkeuring en de installatie der taxameters;
8° de transmissie mogelijk maken, door zichzelf of door middel van een daartoe bestemd apparaat, van de in het vorige punt bedoelde gegevens;
9° de aansluiting en het gebruik van een passagiersdetector mogelijk maken;
10° in maximum één uur de tariefupdate mogelijk maken.
De ambtenaren en de beëdigde agenten van het Gewest aangeduid om de overtredingen van dit besluit op te zoeken en vast te stellen, zijn gerechtigd om, in het kader van de uitoefening van hun functie, op elk moment de identificatieplaat van het voertuig en het document over de exploitatievergunning in te trekken bij vaststelling van de afwezigheid of disfunctioneren van een digitale taxameter die voldoet aan al de voorschriften van het eerste lid.

Art. 42. Elke uitrusting waarmee de taximeter van op afstand kan worden bediend of waarmee de werking ervan kan worden onderbroken als de taximeter gestart is, is verboden.

Art. 43.§ 1. De taximeter omvat twee tarieven :

1° op de plaatsen waar het zonestelsel niet moet worden toegepast :
a) het eerste (tarief I) is het  tarief dat wordt toegepast als de klant het voertuig niet verlaat en zich naar zijn vertrekpunt laat terugbrengen;
b) het tweede (tarief II) is het  tarief dat wordt toegepast als de klant het voertuig verlaat en het voertuig leeg naar zijn standplaats moet terugkeren.
De bestuurder ertoe is ertoe gehouden zich zekerheid te verschaffen over de intenties van de klant alvorens tarief II in werking te stellen;
2° op de plaatsen waar het zonestelsel wordt toegepast, is het eerste tarief (tarief I) het tarief dat wordt toegepast binnen de zone en het tweede tarief (tarief II) wordt toegepast als het voertuig de zone verlaat.
De chauffeur moet het toestel voor tarief II inschakelen bij het verlaten van genoemde zone.
Hij moet zich evenwel vóór het inschakelen van tarief II vergewissen van de eindbestemming van de klant; tarief II is niet van toepassing als de klant het voertuig niet verlaat en zich laat terugbrengen naar eender welke plaats binnen de zone.

§ 2. Op het aanplakbiljet bedoeld in artikel 33, § 1, lid 2, dient eveneens permanent en duidelijk leesbaar in het Frans, Nederlands en Engels de hierna volgende tekst te worden aangebracht :

TARIEF 

Instapgeld :             euro.
Kilometerprijs I :      euro.
Kilometerprijs II :     euro.
Wachtgeld :            euo/uur.
Toeslag nacht :       euro.

" Dienst, BTW en fooi zijn inbegrepen in de prijs aangegeven op de taximeter. "
Als er een toeslag wordt toegestaan, moet de desbetreffende vermelding op het aanplakbiljet voorkomen, na de wachtvergoeding.
Dit aanplakbiljet dient conform te zijn het model dat als bijlage 2 wordt gevoegd bij dit besluit.
Een vertaling in het Duits mag door de chauffeur ter beschikking worden gesteld van de klant voorzover dezelfde gegevens erop vermeldt worden.

Art. 43bis. De taxi's zijn uitgerust met een kredietkaartlezer.

Onderafdeling 2. - Reservevoertuigen.

Art. 44.De reservevoertuigen bedoeld in artikel 8, § 2, van de ordonnantie moeten aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° uitgerust zijn om een taxidienst te verzekeren, met inbegrip van het verklikkerlicht waarvan sprake in artikel 39 om de taxidienst te verzorgen in dezelfde voorwaarden als met het tijdelijk onbeschikbare voertuig;
2° bij het gebruik ervan, in de hoedanigheid van " reservevoertuig " ingeschreven zijn bij de Administratie;
3° aan de buitenkant, enerzijds vooraan rechts voorzien zijn van de identificatieplaat van het voertuig dat het vervangt en anderzijds, vooraan links voorzien zijn van een plaat afgeleverd door de Administratie en met de vermelding " RESERVE ";
4° naast de vereiste documenten van het voertuig dat het vervangt, de vergunningen betreffende het gebruik van het reservevoertuig aan boord hebben;
5° als taxi's verzekerd zijn op het ogenblik van gebruik;
6° een kentekenplaat dragen waarvan de groepsletters beginnen met "TX" zoals bepaald in artikel 33, § 3.
Deze voertuigen mogen niet verhuurd worden.
Alvorens zij een reservevoertuig gebruiken, zijn de exploitanten ertoe gehouden de Administratie vooraf te verwittigen bij een middel van een brief, telefax, elektronische post of door afgifte per drager tegen ontvangstbewijs van de Administratie, waarin ze de reden van de onbeschikbaarheid van het gewoonlijk geëxploiteerde voertuig aangeven, alsook de vermoedelijke duur van de onbeschikbaarheid en de plaats waar het onbeschikbare voertuig geparkeerd staat tijdens de onbeschikbaarheid. Indien deze mededeling gebeurt buiten de kantooruren van de Administratie, wordt een kopie van het aan de Administratie gerichte document bewaard in het voertuig.

Onderafdeling 3. - Vervangingsvoertuigen.

Art. 45. De vervangingsvoertuigen bedoeld in artikel 8, § 3, van de ordonnantie moeten aan de volgende voorwaarden voldoen :
1° uitgerust zijn om een taxidienst te verzorgen, met inbegrip van het verklikkerlicht waarvan sprake in artikel 39, onder dezelfde voorwaarden als voor het tijdelijk onbeschikbare voertuig;
2° op het ogenblik van het gebruik ervan, ingeschreven zijn bij de Administratie in de hoedanigheid van " vervangingsvoertuig "; als de dienst niet bereikbaar is, mag de exploitant of zijn aangestelde de Administratie per fax of per elektronische post in kennis stellen van de vervanging, mits hij zich op de eerste werkdag volgend op de vervanging bij de dienst meldt, voor bevestiging;
3° enerzijds vooraan rechts voorzien zijn van de identificatieplaat van het voertuig dat hij vervangt en anderzijds, vooraan links, van een plaat afgeleverd door de Administratie, met de vermelding " R-V ";
4° naast de vereiste documenten voor het voertuig dat zij vervangen, ook de vergunningen aan boord hebben betreffende het gebruik van het vervangingsvoertuig;
5° als taxi's verzekerd zijn op het moment van gebruik.
Deze voertuigen mogen niet onderverhuurd worden.

Afdeling 4. - Bepalingen betreffende de reizigers.

Art. 46. Het is de reizigers verboden :
1° in het voertuig te roken;
2° in het voertuig in te stappen als het reglementair aantal toegelaten personen bereikt is;
3° tenzij met de instemming van de chauffeur het voertuig te betreden met honden of andere dieren die niet op de schoot kunnen worden genomen, met uitzondering van de geleidehonden van blinden en hulphonden die assistentie verlenen aan elke gehandicapte persoon. De persoon die wil vervoerd worden moet kunnen bewijzen dat het dier wel degelijk een hulphond is;
4° het voertuig te betreden met gevaarlijke voorwerpen of met pakken die door hun omvang, hun aard of hun geur, kwetsuren, vuiligheid, hinder of ongemak kunnen veroorzaken;
5° het voertuig te betreden als ze er zelf duidelijk vuil uitzien;
6° uit het voertuig te hangen of de deuren te openen terwijl het voertuig in beweging is;
7° het voertuig te bevuilen of te beschadigen;
8° eender welk voorwerp uit het voertuig te gooien.

Art. 47. In geval van een gemakkelijk herstelbaar defect aan het voertuig is voor stilstand niets verschuldigd en staat het de reiziger vrij om ofwel het voertuig te verlaten en de som te betalen, die op het moment van het defect is geregistreerd, ofwel in het voertuig te blijven zitten met, in dit geval, aftrek van de wachttijd voor de herstelling. Dit wordt dan duidelijk vermeld op het ritblad.
In geval van een incident, een ernstige panne of een ongeval waardoor het voertuig niet verder kan rijden, heeft de chauffeur recht op de bezoldiging die door de taximeter wordt aangegeven, voor zover hij probeert de klant een ander voertuig te bezorgen en met aftrek van het nieuwe instapgeld.

HOOFDSTUK II. - Vergunningsaanvragen.

Afdeling 1. - Aanvraag tot een exploitatievergunning.

Art. 48. Op elke aanvraag om een vergunning voor het exploiteren van een taxidienst, bedoeld in de artikelen 3 en 6 van de ordonnantie, dient te worden vermeld, op straffe van onontvankelijkheid :
1° de naam, de voornamen, de hoedanigheid of het beroep, de woonplaats en het beroepstelefoonnummer van de aanvrager of als deze een rechtspersoon is, de firmanaam of benaming, de vorm, de maatschappelijke zetel, en indien zij bestaan, het telefoon-, mobiel-, faxnummer en het elektronisch adres van de onderneming;

2° desgevallend de gebruikelijke plaatsen voorzien voor het stallen en het parkeren, gelegen op elke plaats die niet voor het openbaar verkeer toegankelijk is;

3° het aantal voertuigen waarvoor de vergunning wordt aangevraagd, met inbegrip van de eventuele reservevoertuigen;

4° de algemene kenmerken van de voertuigen die gebruikt zouden worden en desgevallend hun registratienummers;

5° de modaliteiten van de terbeschikkingstelling aan het publiek van de voertuigen, overwogen door de vergunningsaanvrager, ten aanzien van de in artikel 3 bedoelde verplichting;

6° in voorkomend geval, alle vermeldingen bedoeld in het advies bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad overeenkomstig artikel 5, lid 6, van de ordonnantie;

7° in voorkomend geval, de aansluiting op een telefooncentrale;

8° het bedrag van de prijs van de bieding per voertuig waarvoor de vergunning(en) worden aangevraagd.

Art. 49. Op straffe van onontvankelijkheid, de vraag moet van de volgende documenten vergezeld zijn :
1° een uittreksel uit het strafregister afgeleverd volgens de artikelen 595 en 596, lid 1 van het Wetboek van strafvordering, minder dan drie maanden oud, met betrekking tot de natuurlijke persoon die de aanvraag indient of die belast is met het dagelijks beheer van de rechtspersoon die de vergunning aanvraagt;
2° desgevallend, kopie van de statuten en de vennootschapsakten betreffende de rechtspersoon die de vergunning aanvraagt;
3° een getuigschrift uitgaande van, naargelang het geval, hetzij de sociale verzekeringsfonds voor zelfstandigen, en/of de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en waaruit blijkt dat de aanvrager in orde is met de sociale bijdragen. Wanneer de aanvrager voor het eerst een beroepsactiviteit uitoefent, mag hij enkel een verklaring op erewoord bij zijn aanvraag bijvoegen, waarin hij verklaart dat hij, ingeval de gevraagde vergunning hem wordt toegekend, zich zal aansluiten en, in voorkomend geval zich zal laten inschrijven en dat de stortingen aan de sociale verzekeringsfonds voor zelfstandigen of aan de Rijksdienst voor de Sociale Zekerheid regelmatig zullen uitgevoerd worden;
4° een getuigschrift uitgaande van een erkend ondernemingsloket waaruit blijkt dat de aanvrager of, in geval van een rechtspersoon opgericht vanaf 1 januari 1999 de zaakvoerder of afgevaardigd bestuurder belast met het dagelijks beheer van deze rechtspersoon, aangetoond heeft dat hij de basiskennis van het bedrijfsbeheer bezit;
5° in voorkomend geval alle documenten bedoeld in het advies bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad overeenkomstig artikel 5 van de ordonnantie;
6° een verbintenis om de prijs van de bieding te betalen binnen zes maanden na deze kennisgeving van de vergunning die toegekend zou worden op de rekening van het Gewest, opgenomen in deze kennisgeving met de uitdrukkelijke vermelding dat de verzoeker zich bewust is van het feit dat bij gebrek aan betaling van de volledige prijs van de bieding binnen deze termijn, de toegekende vergunning van rechtswege vervalt voor alle voertuigen die bij deze kennisgeving betrokken zijn.

Art. 50. De door de aanvrager gedagtekende en ondertekende vergunningsaanvraag wordt, samen met de bijlagen gericht aan de Administratie per brief of door afgifte per drager tegen ontvangstbewijs van de Administratie.

Art. 51. Het Bestuur bevestigt de ontvangst van de aanvraag en kan, in voorkomend geval, de ontbrekende documenten opeisen en de onvolledige vermeldingen op de aanvraag of de bijlagen ervan laten aanvullen.

Art. 52. § 1. Na onderzoek van de aanvraag en in voorkomend geval na vergelijking tussen de projecten die door de gegadigden worden voorgesteld als antwoord op het bericht bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad overeenkomstig artikel 5 van de ordonnantie, alsook na vergelijking van de prijzen van de biedingen overeenkomstig artikel 6 van de ordonnantie, weigert of verleent de Regering de vergunning.
Onder prijs van de bieding verstaat men het eenmalige bedrag voorgesteld door de kandidaat per te exploiteren voertuig bedoeld in de aanvraag voor een vergunning.

§ 2. Wanneer de Regering een exploitatievergunning verleent aan een nieuwe exploitant, wordt aan de begunstigde een exploitatiekaart per voertuig overhandigd, met daarop de naam, de woonplaats of de exploitatiezetel, de geldigheidsduur van de toegekende vergunning, de gegevens betreffende de voertuigen die geëxploiteerd zullen worden, alsook de nummers van de identificatieplaten aangebracht op deze voertuigen.

§ 3. Wanneer de Regering, geheel of gedeeltelijk, een gunstig gevolg geeft aan de vraag, moet de te betalen prijs op de creditzijde worden geboekt van de rekening van het Gewest aangegeven in de kennisgeving van de beslissing binnen zes maanden na deze kennisgeving. Bij gebrek aan betaling van de volledige prijs binnen deze termijn vervalt de beslissing van de Regering voor alle voertuigen bedoeld in deze beslissing.

§ 4. De betaling van de prijs is eenmalig en onherroepelijk. Geen enkele volledige of gedeeltelijke terugbetaling is mogelijk, met name in het geval dat de verzoeker, na betaling, afziet van de positieve beslissing, of wanneer hij een opschorting van exploitatie aanvraagt overeenkomstig artikel 60 of een vermindering van het aantal te exploiteren voertuigen overeenkomstig artikel 61, of indien hij zijn exploitatievergunning overdraagt overeenkomstig artikel 10bis van de ordonnantie.

Afdeling 2. - Jaarlijkse overlegging van het uittreksel uit het strafregister

Art. 53.§ 1. De in artikel 7 § 2 van de ordonnantie bedoelde overlegging dient uit eigen beweging te geschieden, door middel van een brief of door afgifte per drager tegen ontvangstbewijs van de Administratie, dit uiterlijk op 31 maart van elk jaar.
De exploitanten die tevens chauffeur zijn en die reeds het uittreksel uit het strafregister afgeleverd volgens de artikelen 595 en 596, lid 1 van het Wetboek van strafvordering volgens de regels hebben neergelegd ter ondersteuning van hun aanvraag tot nieuwe geldigverklaring van de bekwaamheidscertificaten met toepassing van artikel 23, worden vrijgesteld van het opnieuw overleggen met toepassing van dit artikel.
§ 2. Het staat aan elke exploitant of, indien hij een rechtspersoon is, aan elke afgevaardigd bestuurder of zaakvoerder van deze rechtspersoon om te zorgen voor de in § 1 bedoelde overlegging.

Afdeling 3. - Aanvraag tot hernieuwing van een vergunning.

Art. 54.§ 1. Elke aanvraag tot hernieuwing van een vergunning voor het exploiteren van een taxidienst moet, op straffe van onontvankelijkheid, de volgende gegevens vermelden :
1° de naam, de voornamen, de hoedanigheid of het beroep, woonplaats en telefoonnummer van de aanvrager of indien deze een rechtspersoon is, de firmanaam of benaming, de vorm, de maatschappelijke zetel, het ondernemingsnummer en indien zij bestaan, het telefoon-, mobiel-, faxnummer en het elektronisch adres van de onderneming;
2° het aantal voertuigen waarvoor de hernieuwing van de vergunning wordt aangevraagd, daarbij inbegrepen de eventuele reservevoertuigen;
§ 2. Bovendien moet deze aanvraag vergezeld zijn van volgende documenten :
1° een nieuw uittreksel uit het strafregister afgeleverd volgens de artikelen 595 en 596, lid 1 van het Wetboek van strafvordering, minder dan drie maanden oud, en betrekking hebbend op de natuurlijke persoon die de hernieuwing aanvraagt of die belast is met het dagelijks beheer van de rechtspersoon die de hernieuwing van de vergunning aanvraagt, op de dag dat deze aanvraag wordt ingediend;
2° het bewijs van een permanente en regelmatige verzekering als taxi's en voor de periode waarin de voertuigen als taxi's zullen worden gebruikt, van alle voertuigen die tijdens de geldigheidsduur van de lopende vergunning worden gebruikt;
3° de fotokopieën van de verzekeringspolissen van de in exploitatie zijnde voertuigen, verzekerd als taxi's;
4° de fotokopieën van de geldige internationale autoverzekeringskaarten;
5° de fotokopieën van de geldige keuringsbewijzen bedoeld in artikel 24 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968, houdende het algemeen reglement op de technische eisen waaraan de auto's hun aanhangwagens, hun onderdelen en hun veiligheidstoebehoren moeten voldoen;
6° het bewijs dat de aanvrager in orde is en blijft met de sociale bijdragen betreffende het aangeworven personeel of voor zichzelf als hij valt onder de wetgeving voor zelfstandigen;
7° de lijst van loontrekkende chauffeurs die in de onderneming werkzaam zijn op de dag van de aanvraag (naam, voornaam, adres en datum van aanwerving voor elke chauffeur), met nauwkeurige opgave van het arbeidsregime het DIMONA-nummer van elk van hen, alsmede, in voorkomend geval, de lijst van de zelfstandige chauffeurs die in de onderneming werkzaam zijn op de dag van de aanvraag, samen met het bewijs van hun regelmatige aansluiting bij een socialeverzekeringsfonds voor zelfstandigen;
8° de fotokopieën van de nominatieve R.S.Z.-aangiften van het bezoldigd personeel gedurende de geldigheidsperiode van de vergunning;
9° in voorkomend geval het bewijs van inschrijving bij een telefooncentrale die in verbinding staat met elk van de geëxploiteerde voertuigen.

Art. 55.De aanvraag tot hernieuwing van de vergunning, gedagtekend en ondertekend door de aanvragen, en vergezeld van de bijlagen ervan, wordt gericht aan de Administratie per brief of door afgifte per drager tegen ontvangstbewijs van de Administratie.

Art. 56. De Administratie kan, in voorkomend geval, de ontbrekende documenten opeisen en de onvolledige vermeldingen op de aanvraag of de bijlagen ervan laten aanvullen en ook aan de exploitant vragen om de geëxploiteerde voertuigen voor te rijden, teneinde na te gaan of ze conform zijn de artikelen 32 en volgende.
Na onderzoek van de aanvraag en de bijlagen ervan beslist de Regering over het al of niet toekennen - geheel of gedeeltelijk - van de hernieuwing van de vergunning.
Ingeval de hernieuwing wordt toegekend, ontvangt de begunstigde een nieuwe exploitantkaart per voertuig, met daarop de vermeldingen bedoeld in artikel 54, § 2.

Afdeling 4. - Aanvraag tot een vergunning voor het beschikken over een reservevoertuig of het gebruiken van een vervangingsvoertuig.

Art. 57. § 1. De aanvragen tot een vergunning voor het beschikken over een reservevoertuig in de zin van artikel 8, § 2, van de ordonnantie worden ingediend hetzij tezelfdertijd als de aanvraag tot exploitatievergunning, hetzij gedurende de exploitatie. In dit laatste geval bevat de aanvraag tot vergunning de volgende vermeldingen en bijlagen :
1° de naam, de voornamen, de hoedanigheid of het beroep, woonplaats en beroepstelefoonnummer van de aanvrager of indien deze een rechtspersoon is, de firmanaam of benaming, de vorm, de maatschappelijke zetel, het ondernemingsnummer en indien zij bestaan, het telefoon-, mobiel-, faxnummer en het elektronisch adres van de onderneming;
2° een kopie van de exploitatievergunning.
3° een kopie van de aankoopfactuur van het reservevoertuig en in voorkomend geval van het desbetreffende leasing- of huurfinancieringscontract.
§ 2. De vergunningsaanvragen voor het gebruik van een vervangingsvoertuig in de zin van artikel 8, 3, van de ordonnantie worden in de loop van de exploitatie ingediend en bevatten de volgende vermeldingen en bijlagen :
1° de naam, de voornamen, de hoedanigheid of het beroep, de woonplaats en het beroepstelefoonnummer van de aanvrager en als deze een rechtspersoon is, de firmanaam ervan, de benaming, de vorm, de maatschappelijke zetel, het ondernemingsnummer en indien zij bestaan, het telefoon-, mobiel-, faxnummer en het elektronisch adres van de onderneming;
2° de identificatiegegevens en het registratienummer van het voertuig dat tijdelijk beschadigd of buiten dienst is;
3° de identificatiegegevens, de naam van de eigenaar en het registratienummer van het voertuig dat ter vervanging zal worden gebruikt;
4° de periode waarvoor de vervangingsvergunning wordt aangevraagd;
5° de precieze reden voor de tijdelijke stillegging van het gewoonlijk geëxploiteerde voertuig;
6° de aanduiding van de plaats waar het geïmmobiliseerde voertuig door de Administratie kan worden onderzocht;
7° een verbintenis vanwege de exploitant om de speciale " R-V "-plaat in te leveren, op een precieze datum bij het verstrijken van de aangevraagde vergunning.

Art. 58. Onverminderd artikel 44, lid 3, worden de vergunningsaanvragen voor het beschikken over een reservevoertuig in de loop van de exploitatie en de vergunningsaanvragen voor het gebruik van een vervangingsvoertuig gedagtekend en ondertekend door de aanvrager en vergezeld van hun bijlagen, worden gericht aan de Administratie per brief, telefax, elektronische post of door afgifte per drager tegen ontvangstbewijs van de Administratie.

Art. 59. De Administratie kan, in voorkomend geval, de ontbrekende documenten opeisen en de onvolledige vermeldingen op de aanvraag of de bijlagen ervan laten aanvullen en ook aan de exploitant vragen om de voertuigen voor te rijden, teneinde na te gaan of ze conform zijn de artikelen 32 en volgende.
Na onderzoek van de aanvraag en de bijlagen ervan beslist de Regering, of de Administratie in geval van ontvangst van een aanvraag van vergunning voor het beschikken over een vervangingsvoertuig, de vergunning al of niet toe te kennen - geheel of gedeeltelijk.

Afdeling 5. - Aanvraag tot gehele of gedeeltelijke opschorting van exploitatie van voertuigen.

Art. 60.De aanvragen tot gehele of gedeeltelijke opschorting van exploitatie van voertuigen worden ingediend bij de Administratie per brief, telefax, elektronische post of door afgifte per drager tegen ontvangstbewijs van de Administratie met vermelding van de referenties van de vergunning, het aantal en de precieze kenmerken van de voertuigen waarop de aanvraag betrekking heeft, de uitzonderlijke, sociale of economische redenen die de aanvraag rechtvaardigen, alsook de datum vanaf dewelke de aanvrager vraagt om te kunnen genieten van de maatregel en in voorkomend geval de duur van de gewenste opschortingsmaatregel.

Afdeling 6. - Aanvraag tot definitieve vermindering van het aantal geëxploiteerde voertuigen.

Art. 61. § 1. De aanvragen tot definitieve vermindering van het aantal geëxploiteerde voertuigen worden ingediend bij de Administratie en worden er neergelegd, samen met de in artikel 33 bedoelde identificatieplaat, de exploitantkaart bedoeld in artikel 34, 1° en het verklikkerlicht bedoeld in artikel 39.
§ 2. In de aanvraag worden vermeld : de referenties van de vergunning en het aantal voertuigen waarop de aanvraag betrekking heeft.

Afdeling 7. - Aanvraag tot overdracht van een vergunning.

Art. 62. § 1. Elke aanvraag voor een vergunning tot overdracht, geheel of gedeeltelijk, om een taxidienst uit te baten, bevat, op straffe van onontvankelijkheid :
1° de naam, de voornaam, de hoedanigheid of het beroep, de woonplaats, het beroepstelefoonnummer van de kandidaat-overgever of als hij een rechtspersoon is, de firmanaam of benaming, de vorm, de maatschappelijke zetel en zijn ondernemingsnummer evenals het telefoonnummer, het gsm-nummer, het faxnummer en het e-mailadres van de onderneming, als deze beschikbaar zijn.
2° de vermelding dat de voorgenomen overdracht betrekking heeft op alle of bepaalde uitgebate voertuigen enerzijds en of deze bedoeld is voor een of meerdere kandidaat-overnemers anderzijds.
3° het nummer van de platen bedoeld in artikel 33;
4° de naam, de voornaam, de hoedanigheid of het beroep, de woonplaats en het beroepstelefoonnummer van de kandidaat-overnemer(s) of als het, geheel of gedeeltelijk, gaat om (een) rechtsperso(o)n(en), de firmanaam of benaming, de vorm, de maatschappelijke zetel en het ondernemingsnummer evenals het telefoonnummer, het gsm-nummer, het faxnummer en het e-mailadres van de onderneming, als deze beschikbaar zijn, bij meerdere kandidaat-overnemers met vermelding van de plaatnummers van de voertuigen die betrokken zijn bij de voorgenomen overdracht met betrekking tot elk van hen;
5° desgevallend, de gebruikelijke plaatsen voorzien door de overnemer(s) voor de garage en de standplaats van de te exploiteren voertuigen en gelegen op elke plaats die niet voor het publiek toegankelijk is;
6° de algemene kenmerken van de voertuigen die zouden worden gebruikt door de overnemer(s) en, desgevallend, hun registratienummers;
7° de modaliteiten van terbeschikkingstelling van het publiek van de voertuigen, zoals overwogen door de overnemer(s), ten aanzien van de in artikel 3 bedoelde verplichting;
8° in voorkomend geval, de aansluiting van de overnemer(s) op een telefooncentrale;
9° de prijs die de overnemer(s) moet(en) betalen voor de voorziene overdracht.
§ 2. Bovendien moet deze aanvraag worden vergezeld van de volgende documenten :
1° het ondernemingsnummer van de overnemer(s) en, als het gaat om een rechtspersoon, de kopie van de statuten van het overnemende bedrijf neergelegd bij de handelsrechtbank en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad;
2° een uittreksel uit het strafregister afgeleverd overeenkomstig artikelen 595 en 596, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering van minder dan drie maanden oud, met betrekking tot elke overnemende natuurlijke persoon of elk van de gedelegeerde bestuurders of beheerders van elke betrokken overnemende rechtspersoon;
3° een attest van een erkend ondernemingsloket waaruit blijkt dat de kandidaat-overnemer(s) of als het gaat om een rechtspersoon opgericht vanaf 1 januari 1999, de (of een van de) beheerder(s) of de (of een van de) bestuurder(s) belast met het dagelijks bestuur van de rechtsperso(o)n(en) blijk heeft gegeven van de basiskennis van het bedrijfsbeheer.
4° naargelang het geval een attest van de socialeverzekeringskas voor zelfstandigen of van de Rijksdienst voor Sociale zekerheid en waaruit blijkt dat de kandidaat-overnemer(s) in orde zijn met hun sociale bijdragen of voor de chauffeurs in loondienst of de zelfstandige chauffeurs als er in dienst zijn. Als een kandidaat-overnemer voor het eerst een beroepsactiviteit wenst uit te oefenen, mag deze bij zijn aanvraag enkel een verklaring op erewoord voegen waarin wordt bevestigd dat hij zich, bij toekenning van de gevraagde vergunning, zal aansluiten en zich, indien nodig, zal inschrijven en dat de stortingen aan de socialeverzekeringskas voor zelfstandigen of aan de Rijksdienst voor Sociale zekerheid regelmatig zullen worden uitgevoerd;
5° een kopie van de identiteitskaart van de kandidaat-overnemer en van elke kandidaat-overnemer en als het gaat om een rechtspersoon, van elk van de gedelegeerd bestuurders of beheerders van de overnemende rechtspersoon;
6° een kopie van het betalingsbewijs van de dossierkosten inzake de overdracht;
7° een kopie van het betalingsbewijs van de belastingen inzake de uitbating van taxidiensten, ten kohier gebracht ten laste van de kandidaat-overgever evenals een betalingsbewijs van de belasting met betrekking tot het lopende dienstjaar op het moment van de indiening van de aanvraag;
8° een attest betreffende de teruggave van de platen bedoeld in artikel 33, de vergunningsdocumenten bedoeld in artikel 34, 1°, evenals de verklikkerlichten bedoeld in artikel 39;
9° het DIMONA-nummer van de chauffeurs van de kandidaat-overgever en de lijst met chauffeurs voor de laatste drie jaar met vermelding van het arbeidsregime van elk van hen en, indien nodig, de lijst met zelfstandige chauffeurs, vergezeld van het bewijs van hun wettige aansluiting bij een socialeverzekeringskas voor onafhankelijke werknemers en van de effectieve betaling van de sociale bijdragen die hierop betrekking hebben.
10° een attest van de RSZ waarin wordt bevestigd dat de verschuldigde bijdragen voor de chauffeurs werden betaald.

Art. 63 De door de kandidaten-overdrager en -overnemers gedagtekende en ondertekende aanvraag tot overdracht van de vergunning, vergezeld van haar bijlagen, wordt gericht aan de Administratie per brief of door afgifte per drager tegen ontvangstbewijs van de Administratie.
Deze kan, in voorkomend geval, de ontbrekende documenten opeisen en de onvolledige vermeldingen van de aanvraag of de bijlagen ervan laten aanvullen.
Na onderzoek van de aanvraag en de bijlagen ervan beslist de Regering over het al dan niet toekennen van de vergunning van overdracht.
Ingeval deze vergunning wordt toegekend, ontvangt de overnemer een exploitantkaart per voertuig, met daarop de vermeldingen bedoeld in artikel 54, § 2.

 Afdeling 8. - Groepering van exploitatievergunningen.

Art. 64.§ 1. De aanvragen tot groepering van exploitatievergunningen worden bij de Administratie ingediend gezamenlijk door de verschillende betrokken rechtspersonen, per brief, telefax, elektronische post of door afgifte per drager tegen ontvangstbewijs van de Administratie, met vermelding van de referenties van de verschillende aanvragende rechtspersonen en hun respectieve zaakvoerders of bestuurders, kennisgeving van de beslissingen tot fusie of overname en de eventuele, desbetreffende bekendmakingen in het Belgisch Staatsblad en opgave van de datum waarop de aangevraagde groepering uitwerking zou hebben in geval van vergunning.
§ 2. Het besluit van de Regering waarbij uitspraak wordt gedaan over de aanvraag wordt met redenen omkleed en bekendgemaakt aan elke betrokken rechtspersoon.

HOOFDSTUK III. - Parkeren.

Art. 65. De voertuigen vermeld op een door de Regering afgegeven vergunning voor het exploiteren van een taxidienst kunnen naar keuze van de chauffeur elke standplaats innemen die vrij is.

Art. 66. Wanneer alle parkeerplaatsen van een standplaats bezet zijn, moet het voertuig naar een andere standplaats gebracht worden, waar een plaats vrij is.

Art. 67. Het voertuig mag slechts op de toegelaten standplaatsen gaan staan indien het in dienst is. De bestuurder moet op elk moment het voertuig kunnen verplaatsen om aan te schuiven in de rij of op verzoek van een bevoegde persoon.

Art. 68. Op de standplaatsen moeten de voertuigen altijd achter elkaar of in groep blijven staan, zonder de veiligheid of het gemak van doorgang te hinderen.
De chauffeur van de eerste taxi op een standplaats moet in zijn wagen blijven zitten, klaar om te vertrekken.
Mits dit geen enkele hinder vormt voor de veiligheid of het gemak van doorgang, mag het eerste voertuig dat klaar staat om te vertrekken, hoogstens één meter verder staan t.o.v. de rij van de anderen.

Art. 69. Wanneer een reiziger niet uitdrukkelijk een andere taxi kiest, voert de chauffeur die vooraan in de rij staat de rit uit.

HOOFDSTUK IV. - Sancties.

Afdeling 1. - Opschorting en intrekking van de exploitatievergunningen.

Art. 70. De vergunning voor het exploiteren van een taxidienst kan voor bepaalde tijd opgeschort of definitief ingetrokken worden ingeval van schending van de bepalingen van de ordonnantie, de besluiten genomen in uitvoering van de ordonnantie of de voorwaarden van de betrokken vergunning, alsmede ingeval de exploitatie van de dienst volledig gestaakt wordt gedurende twee jaar of indien de geregelde oproepingsbrieven van de Administratie onbeantwoord zijn gebleven.

Art. 71. Vóór het nemen van enige maatregel van tijdelijke opschorting of definitieve intrekking van een vergunning wordt de betrokken exploitant opgeroepen om vooraf door de Administratie te worden gehoord.

Art. 72. De met redenen omklede beslissing van tijdelijke opschorting of definitieve intrekking van de vergunning wordt per aangetekend schrijven aan de betrokken exploitant betekend.
Binnen acht dagen na deze betekening is betrokkene ertoe gehouden de in artikel 33 bedoelde platen, de in artikel 34, 1° bedoelde vergunningsdocumenten alsook het in artikel 39 van dit besluit bedoelde verklikkerlicht bij de Administratie neer te leggen.

Afdeling 2. - Opschorting en intrekking van de bekwaamheidscertificaten van de chauffeurs.

Art. 73.Het bekwaamheidscertificaat kan tijdelijk opgeschort of definitief ingetrokken worden wanneer de houder ervan niet langer voldoet aan de voorwaarden inzake zedelijkheid of beroepsbekwaamheid of indien hij een of meer bepalingen van de ordonnantie of van de toepassingsbesluiten ervan niet naleeft of indien hij geen gevolg geeft aan de rechtmatig verrichte oproepingen van het Bestuur.

Art. 74. Vóór het nemen van enige maatregel van tijdelijke opschorting of definitieve intrekking van het bekwaamheidscertificaat wordt de betrokken chauffeur opgeroepen om vooraf door de Administratie te worden gehoord.

Art. 75. De met redenen omklede beslissing van tijdelijke opschorting of definitieve intrekking van het bekwaamheidscertificaat wordt per aangetekend schrijven aan de betrokken chauffeur betekend.
Binnen de acht dagen na deze betekening is de betrokkene ertoe gehouden zijn bekwaamheidscertificaat bij de Administratie in te leveren.
Wanneer het bekwaamheidscertificaat niet vrijwillig wordt ingeleverd, kunnen de in artikel 37 van de ordonnantie bedoelde ambtenaren en beambten o.m. belast worden met het recupereren van dit document.

Bovendien kan, onverminderd een nieuwe toepassing van artikel 73, de in artikel 23 bedoelde nieuwe geldigverklaring van het bekwaamheidscertificaat geweigerd worden.

Art. 76. De definitieve intrekking van het bekwaamheidscertificaat houdt het tienjarig verbod in om zich aan te melden voor de examens voor het halen van het bekwaamheidscertificaat van taxichauffeur.

HOOFDSTUK V. - Stopzetting van de activiteit.

Art. 77. § 1. In geval van definitieve stopzetting van de activiteit, zijn de exploitanten ertoe gehouden de Administratie onmiddellijk daarvan op de hoogte brengen en er de platen bedoeld in artikel 33, § 1, de vergunningsdocumenten bedoeld in artikel 34, 1°, alsook het verklikkerlicht bedoeld in artikel 39 van dit besluit, in te leveren.

 

vervolg zie Besluit van 29 maart 2007 - Titel III en IV

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Top