GTL-TAXI
Nationale Groepering van Ondernemingen met Taxi- en Locatievoertuigen met chauffeur

Ordonnantie van 27 april 1995

Publicatie : 1995-06-1

MINISTERIE VAN HET BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST

27 APRIL 1995 - Ordonnantie betreffende de taxidiensten en de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur (1)

 

Gecoördineerde tekst, aangepast  met de wijzigingen van de volgende Ordonnanties :
- Ordonnantie van 08-05-2014 (B.S. 11-06-2014)
- Ordonnantie van 19-12-2013 (B.S. 16-01-2014)
- Ordonnantie van 21-11-2013 (B.S. 03-12-2013)
- Ordonnantie van 20-07-2006 (B.S. 29-09-2006)
- Ordonnantie van 11-07-2002 (B.S. 31-08-2002)

                                                                                               

HOOFDSTUK I – ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid bedoeld bij de artikelen 39 en 134 van de Grondwet.

Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit verstaat men onder :

1° taxidiensten  :

de bezoldigde vervoerdiensten van personen, met bestuurder, door middel van automobielen die aan de volgende eisen voldoen :
 

a)    het voertuig, van het type auto, auto voor dubbel gebruik of minibus, naar de bepalingen van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen, hun aanhangwagens, de elementen alsook de accessoires voor de veiligheid moeten voldoen, is, naar constructie en uitrusting, geschikt voor het vervoer van ten hoogste negen personen - de bestuurder inbegrepen - en is daartoe bestemd;

b)     het voertuig wordt ter beschikking gesteld van het publiek, hetzij op een bepaalde standplaats op de openbare weg naar de zin van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer, hetzij op eender welke andere plaats die niet voor het openbaar verkeer is opengesteld;

c)     de terbeschikkingstelling heeft betrekking op het voertuig en niet op elk van de plaatsen ervan wanneer het voertuig ingezet wordt als taxidienst, of op elk van de plaatsen van het voertuig en niet op het voertuig zelf wanneer het ingezet wordt als collectieve taxidienst met de machtiging van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;

d)     de bestemming wordt door de cliënt bepaald;
 

2° diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur :
alle diensten van bezoldigd vervoer van personen door middel van automobielen, die geen taxidiensten zijn en die verzekerd zijn door middel van voertuigen van het type auto, auto voor dubbel gebruik of minibus, met uitzondering van de voertuigen die als ziekenwagen uitgerust zijn;
  
3° Regering : de Brusselse Hoofdstedelijke Regering;
 
4° Parlement : het Parlement van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

HOOFDSTUK II. BEPALINGEN BETREFFENDE DE TAXIDIENSTEN.

Afdeling 1. 
De vergunning.

Art. 3. Niemand mag, zonder vergunning van de Regering, een taxidienst exploiteren door middel van één of meer voertuigen vanop de openbare weg of op elke andere niet voor het openbaar verkeer opengestelde plaats die zich op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevindt.
De vergunning voor het exploiteren omvat de toelating voor het stationeren op eender welke op de
openbare weg gelegen standplaats die voor de taxi's voorbehouden is, aan de voorwaarden die door de Regering vastgelegd worden.

Art. 4. § 1.De voorwaarden voor het exploiteren van een taxi- dienst worden door de Regering vastgelegd.
De vergunning voor het exploiteren van een taxidienst wordt door de Regering afgegeven. Die legt
de procedure voor de indiening en het onderzoek van de vergunningsaanvragen vast alsook de vorm van die vergunningen en de vermeldingen die erop moeten voorkomen.
Er mag slechts één vergunning per exploitant afgegeven worden. De vergunning vermeldt het aantal voertuigen waarvoor ze afgegeven werd.

§ 2. artikel 4 §2 wordt opgeheven.

Art. 5. De vergunning wordt afgegeven ter wille van het openbaar nut van de dienst en aan de onder artikel 6 gestelde voorwaarden.
Rekening houdend met het openbaar nut van de dienst wordt het aantal voertuigen beperkt die ingezet kunnen worden in het kader van de exploitatievergunningen op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
De Regering stelt het maximum aantal voertuigen vast waarvoor exploitatievergunningen afgegeven kunnen worden, met name in functie van de behoeften. Hierbij kan de Regering een opsomming maken van verschillende categorieën van voertuigen die verband houden met welbepaalde behoeftes en voor elk van deze categorieën, het maximum aantal voertuigen vastleggen waarvoor exploitatie vergunningen kunnen worden afgegeven.
Ingeval dit maximum aantal niet wordt bereikt, publiceert de Regering in het Belgisch Staatsblad een bericht, bestemd voor het publiek, waarin melding wordt gemaakt van het aantal voertuigen waarvoor een of meerdere exploitatievergunningen aan nieuwe exploitanten kunnen worden uitgereikt of waarvoor een of meerdere reeds uitgereikte exploitatievergunningen kunnen worden uitgebreid.

lid 5 wordt opgeheven

De Regering wordt gemachtigd om de voorwaarden en criteria te bepalen waaraan de door de kandidaten ingediende projecten moeten voldoen opdat ze ontvankelijk worden geacht en vervolgens worden onderzocht, alsook de vorm en de inhoud van het bericht dat in het Belgisch Staatblad moet worden bekendgemaakt, de termijn waarbinnen de projecten moeten worden ingediend en de procedure betreffende de beslissing die na het onderzoeken van die projecten moet worden genomen.
 
Art. 6. § 1. - De vergunning wordt toegekend door de Regering na openbare aanbesteding aan de kandidaat die een regelmatige offerte heeft ingediend, op basis van een kwalitatieve vergelijking van de offertes en op basis van de prijs van de offerte. Na een onderzoek over de zedelijke waarborgen, de beroepsbekwaamheid en de solvabiliteit van de kandidaten, zullen enkel de offertes bestudeerd worden die beantwoorden aan deze drie criteria.

De Regering legt de modaliteiten vast.

§ 2. - Het onderzoek over de voorgaande selectiecriteria zoals voorgeschreven in § 1 wordt gevoerd door de Administratie op basis van de informatie waarover ze beschikt wanneer de kandidaat reeds houder is van een vergunning om te exploiteren alsook van de gegevens die de kandidaat in zijn offerte aanlevert.
Wanneer hetzij de woning van de exploitant, hetzij de maatschappelijke of de exploitatiezetel van een taxibedrijf zich op het grondgebied bevindt van één van de gemeenten die deel uitmaken van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, kunnen onderzoeksopdrachten toevertrouwd worden aan de administratieve diensten van de betrokken gemeente.

 
Art. 6bis. - De Regering kan de voorwaarden vastleggen inzake zedelijkheid, beroepsbekwaamheid en solvabiliteit van de exploitanten die krachtens artikel 6 vereist worden alsook inzake zedelijkheid en beroepsbekwaamheid van de bestuurders.

Wanneer de exploitatievergunning aan een rechtspersoon wordt afgegeven, moet de statutaire instelling van de rechtspersoon die belast is met het dagelijks beheer voldoen aan de voorwaarden opgelegd aan een natuurlijke persoon om houder te worden van de vergunning, en dit gedurende de hele duur van de exploitatie.

 
Art. 7. § 1. De duur van een vergunning voor het exploiteren van een taxidienst bedraagt zeven jaar. 
 
§ 2. Tussen 1 januari en 31 maart van elk jaar moet elke exploitant aan de Administratie een bewijs van goed gedrag en zeden, model 1, dat minder dan drie maanden oud is, bezorgen, waarin vermeld staat dat hij nog steeds voldoet aan de voorwaarden inzake zedelijkheid in de zin van artikel 6bis. Bij ontstentenis wordt de exploitatievergunning geschorst of ingetrokken overeenkomstig artikel 12.
 
§ 3. De vergunning is hernieuwbaar voor een termijn van dezelfde duur. De vergunning kan worden toegekend of vernieuwd voor een duur die korter is dan zeven jaar, indien bijzondere omstandigheden ingeschreven in de toelatings- of vernieuwingsakte deze afwijking rechtvaardigen.
 
§ 4. De hernieuwing van de vergunning (kan worden geweigerd) voor alle of sommige voertuigen in volgende gevallen :
 
1° indien de exploitant de bepalingen van deze ordonnantie, de uitvoeringsbesluiten ervan of de voorwaarden van de exploitatievergunning niet nageleefd heeft;
  
2° indien de exploitant de bepalingen van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument niet nageleefd heeft;
 
3° indien het voertuig niet naar behoren werd verzekerd tijdens de duur die voorgeschreven is door de vergunning waarvoor een hernieuwing gevraagd wordt;
 
4° indien het voertuig niet genoeg ter beschikking van het publiek werd gesteld tijdens de gehele duur van de vergunning waarvoor de hernieuwing wordt gevraagd, behalve als de exploitant zich kan beroepen op uitzonderlijke economisch of sociaal verantwoorde redenen;
 
5° indien, rekening houdend met het openbaar nut van de dienst, de exploitatie niet rendabel is. De Regering mag criteria inzake rentabiliteit vastleggen;
 
6° indien de exploitant tijdens de geldigheidsduur van de vergunning de sociale en de boekhoudkundige wetgeving niet nageleefd heeft;
 
7° indien de exploitant niet langer voldoet aan de voorwaarden inzake zedelijkheid, beroepsbekwaamheid of solvabiliteit;
 
8° indien de exploitant geen enkel gevolg geeft aan een oproeping of een verzoek om inlichtingen van de Administratie ondanks een ter post aangetekende herinnering met ontvangstbewijs.
De aanvraag tot hernieuwing van de vergunning moet ingediend worden ten vroegste negen maanden en ten laatste zes maanden voor het aflopen van de geldige vergunning.
De Regering bepaalt de procedure voor de indiening en het onderzoek van de aanvragen tot hernieuwing alsook de bijlagen die erbij gevoegd moeten worden en legt de vorm van de vergunningen vast alsook de vermeldingen die erop moeten voorkomen.

Art. 8. § 1. De exploitatievergunning kan slechts afgegeven worden aan een natuurlijke of rechtspersoon, die hetzij eigenaar is van het of van de voertuigen, hetzij erover beschikt bij een contract van verkoop op afbetaling, een contract van huur-financiering of een contract van huur-verkoop. 
  
§ 2. De exploitanten van taxidiensten mogen ertoe gemachtigd worden om voor de exploitatie van hun diensten over reservevoertuigen te beschikken waarvan zij eigenaar zijn of waarover ze beschikken bij een contract van verkoop op afbetaling, een contract van huurfinanciering of een contract van huurkoop.
De reservevoertuigen mogen slechts gebruikt worden indien een voertuig geëxploiteerd in het kader van de vergunning tijdelijk niet beschikbaar is ten gevolge van een ongeval, een ernstig mechanisch defect, brand of diefstal en enkel gedurende de duur van deze onbeschikbaarheid. De exploitant mag slechts een reservevoertuig gebruiken nadat hij hiervan voorafgaandelijk de Administratie op de hoogte heeft gebracht met een schrijven met vaste datum dat melding maakt van de oorzaak van de onbeschikbaarheid van het geëxploiteerde voertuig, van de waarschijnlijke duur van deze onbeschikbaarheid alsook van de plaats waar het vervangen voertuig zich bevindt tijdens de duur van de onbeschikbaarheid. De wijze waarop en de termijnen waarbinnen deze kennisgeving moet gebeuren worden door de regering vastgelegd.
De reservevoertuigen moeten ten minste voldoen aan volgende voorwaarden :
 
1° uitgerust zijn om een taxidienst te verzekeren onder dezelfde voorwaarden als het voertuig dat tijdelijk niet beschikbaar is;
  
2° bij het gebruik ervan, in de hoedanigheid van " reservevoertuig " ingeschreven zijn bij de Administratie;
  
3° vooraan links uitgerust zijn met een speciale identificatieplaat waarop de vermelding " reserve " voorkomt;
 
4° vooraan rechts uitgerust zijn met de identificatieplaat van het voertuig dat normaal ingezet wordt als taxidienst en waarvan het reservevoertuig de plaats inneemt.
In de zin van artikel 9 mogen deze voertuigen niet verhuurd worden.
De exploitatievergunning vermeldt, in voorkomend geval, het aantal reservevoertuigen waarover de exploitant mag beschikken. Dit aantal mag echter niet hoger zijn dan 20 % van het aantal voertuigen dat normaal ingezet wordt voor de exploitatie van de dienst wanneer deze meer dan tien voertuigen exploiteert.

 
§ 3.In afwijking van paragraaf 1) kan de vergunninghouder van wie een voertuig tijdelijk niet beschikbaar is ten gevolge van een ongeval, een ernstig mechanisch defect, brand of diefstal, toegelaten worden zijn dienst te verrichten door middel van een vervangingsvoertuig waarvan hij geen eigenaar is of waarover hij niet beschikt op grond van een contract van verkoop op afbetaling, een contract van huurfinanciering of een contract van huur-verkoop. (De beslissing over de aanvraag wordt genomen door de Administratie ingeval van aanvaarding en door de Regering ingeval van verwerping.
Die machtiging kan slechts voor ten hoogste drie maanden worden verleend en is niet hernieuwbaar.
De vervangingsvoertuigen moeten ten minste voldoen aan volgende voorwaarden :

 
a)     uitgerust zijn om een taxidienst te verzekeren (onder dezelfde voorwaarden als het voertuig dat tijdelijk niet beschikbaar is;
 
b)     bij het gebruik ervan, in de hoedanigheid van "vervangingsvoertuig", ingeschreven zijn bij de Taxidienst van het Ministerie van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
 
c)      vooraan links uitgerust zijn met een speciale identificatieplaat waarop de vermelding "R-V" voorkomt;
 
d)     vooraan rechts uitgerust zijn met de identificatieplaat van het voertuig dat normaal ingezet wordt als taxidienst en waarvan het vervangingsvoertuig de plaats inneemt.
In de zin van artikel 9 mogen deze voertuigen niet verhuurd worden.
De Regering bepaalt de procedure voor de indiening en het onderzoek van de vergunningsaanvraag alsook de bijlagen die erbij gevoegd moeten worden en legt de vorm van de vergunning vast alsook de vermeldingen die erop moeten voorkomen.

Art. 9. De verhuring door de exploitant, onder welke vorm dan ook van het of van de voertuigen aan enigerlei persoon die het of de voertuigen zelf bestuurt of laat besturen, is verboden.

Art. 10. Mits voorafgaande goedkeuring door de Regering kan de exploitant van een taxidienst worden voortgezet op basis en onder de voorwaarden van de exploitatievergunning en zonder afbreuk te doen aan het recht op hernieuwing genoemd in artikel 7, en dit in de volgende gevallen :
 
1° de echtgeno(o)t(e), de wettelijk samenwonende of de bloed- of aanverwanten tot in de tweede graad kunnen, in geval van overlijden of blijvende onbekwaamheid van de houder van de vergunning, de exploitatie van de dienst voortzetten onder dezelfde voorwaarden, tot op het einde van de lopende vergunning;
 

 2° een rechtspersoon mag de exploitatie-activiteiten van een natuurlijke persoon die houder is van een vergunning, voortzetten, maar alleen ingeval deze natuurlijke persoon de vergunning inbrengt in de rechtspersoon die hij opricht en zolang hij de hoofdaandeelhouder en het statutair orgaan belast met het dagelijks beheer is.
Elke beslissing tot weigering wordt gemotiveerd.

<< Enkel van toepassing op de vergunningen toegekend VÓÓR 1 november 2006 (artikel 8 van de Ordonnantie van 20-7-2006) >> :

<< Enkel van toepassing op de vergunningen toegekend VANAF 1 november 2006 (artikel 8 van de Ordonnantie van 20-7-2006) >> :

Art. 10bis. De houder van een vergunning die een taxidienst geëxploiteerd heeft zonder onderbreking tijdens minstens de tien jaar die voorafgaan aan de aanvraag, kan, onder volgende voorwaarden en mits toestemming van de Regering, zijn exploitatievergunning gratis overdragen of te koop aanbieden, voor alle of een aantal geëxploiteerde voertuigen en dit aan één of meerdere overnemers :
1° de aanvrager moet al zijn verplichtingen vervuld hebben, waaronder de jaarlijkse hernieuwing van zijn vergunning, tijdens minstens tien jaar;

2° het ontwerp van overdracht mag slechts betrekking hebben op één vergunning of op het deel van de vergunning dat tijdens minstens tien jaar geëxploiteerd wordt, dit component geconcretiseerd zijnde door de duur van het behoud van de kentekenpla(a)t(en) van het/de geëxploiteerd voertuig(en) verbonden met deze vergunning of dit deel van de vergunning;

3° de persoon die wordt voorgesteld als kandidaat-overnemer moet de voorwaarden, zoals aangegeven in artikels 6bis en 8, vervullen en moet bovendien voldoen aan de criteria die werden vastgelegd door de Regering in verband met de criteria die de Regering volgens haar bevoegdheid kan preciseren, in overeenstemming met artikel 5, laatste alinea;

4° het ontwerp van overdracht moet voorafgaandelijk een gunstig advies krijgen van een commissie waarvan de Regering de modaliteiten vastlegt wat betreft haar werking, samenstelling, bevoegdheden, te volgen procedure en die als volgt is samengesteld :
- voor een vierde, uit een of meerdere vertegenwoordiger(s) van de exploitanten van taxidiensten, gekozen door de Minister uit de leden van het Gewestelijke Raadgevend Comité bedoeld in artikel 34, die de exploitanten van taxidiensten vertegenwoordigen;

- voor een vierde, uit één of meerdere vertegenwoordiger(s) van de gebruikers van het openbaar vervoer;

- voor een vierde, uit één of meerdere vertegenwoordiger(s) van de Administratie;

- voor een vierde, uit één of meerdere expert(en) benoemd door de Minister na advies van het Gewestelijke Raadgevend Comité uit de bedrijfsrevisoren of boekhouders-experten na een oproep tot kandidaatstelling.

Deze Commissie wordt voorgezeten door een vertegenwoordiger van de administratie en beslist bij meerderheid van de stemmen; de stem van de voorzitter is, bij gelijkheid van stemmen, doorslaggevend.
De commissie geeft advies door de aanvraag te bestuderen op basis van de voorwaarden bedoeld in het 1° tot 3° en op basis van het bedrag van de transactie verduidelijkt in de aanvraag overeenkomstig het 5°, d). De Commissie spreekt zich, wat betreft dit laatste punt, uit over het redelijke karakter van het bedrag opgenomen in de aanvraag ten opzichte van de economische waarde van de vergunning of van het deel van de vergunning waarvoor de overdracht wordt overwogen op het moment dat ze zich uitspreekt;

5° de aanvraag tot overdracht bevat met name :
a) de gegevens met betrekking tot de overdrager;

b) de gegevens met betrekking tot de kandidaat-overnemer(s);

c) het aantal voertuigen geëxploiteerd door de overdrager en betrokken bij het ontwerp van overdracht, de nummers van de kentekenplaten van de voertuigen betrokken bij dit ontwerp en, indien er meerdere overnemers zijn, de verdeling van de betrokken voertuigen onder deze overnemers;

d) het bedrag van de transactie.

De Regering mag de vergunning tot overdracht slechts afleveren bij gunstig advies door de Commissie zoals bedoeld in het
4°. De beslissing waarbij de overdracht van de vergunning wordt geweigerd, wordt in het bijzonder met redenen omkleed wanneer zij afwijkt van het gunstig advies van de commissie.
Wanneer de overdrager zijn activiteit niet stopzet maar verderzet met geëxploiteerde voertuigen die de overdracht niet aanbelangen, wordt de vergunning die hij bezit gewijzigd om het aantal resterende voertuigen aan te geven dat de exploitant zal mogen blijven exploiteren tot het einde van de vergunning, onverminderd de hernieuwing ervan overeenkomstig artikel 7.
Ingeval de overnemer reeds houder is van een exploitatievergunning, zal zijn vergunning worden gewijzigd om er het totale aantal voertuigen dat de exploitant voortaan zal mogen exploiteren in te vermelden; de einddatum van deze vergunning blijft onveranderd.
In geval van vrijwillige stopzetting van de activiteit of van een door de bevoegde rechtbank uitgesproken faillissement, worden de vergunningen waarvoor geen aanvraag tot overdracht is ingediend door de exploitant of de curator aangeduid door de rechtbank, binnen een termijn van zes maanden die ingaat op de datum van vrijwillige overdracht van de activiteit of van het vonnis van faillietverklaring, van rechtswege nietig. In dat geval, is de exploitant of zijn vertegenwoordiger gehouden, binnen tien dagen na de verklaring van vrijwillige stopzetting of na het vonnis van faillietverklaring, aan de Administratie de documenten en het materiaal die toebehoren aan het Gewest terug te bezorgen. Wanneer na afloop van het onderzoek van een ingediende aanvraag tot overdracht in de veronderstelling van vrijwillige stopzetting van de activiteit of van faillietverklaring, een beslissing van weigering tot overdracht van de vergunning wordt aangenomen door de Regering, vervallen de exploitatievergunningen waarop deze procedure betrekking heeft van rechtswege vanaf deze beslissing tot weigering. In dit geval, moeten de documenten en het materiaal toebehorend aan het Gewest binnen vijftien dagen volgend op deze mededeling worden teruggeven aan de Administratie. Tijdens het onderzoek van een aanvraag tot overdracht ingediend met toepassing van dit lid, worden de exploitatievergunningen waarop deze aanvraag betrekking heeft van rechtswege geschorst tot aan de beslissing van de Regering. 


De houder van een vergunning voor de exploitatie van een taxidienst die valt onder een maatregel van gerechtelijke reorganisatie uitgesproken door de rechtbank overeenkomstig de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuïteit van de ondernemingen, kan een vergunningsaanvraag voor overdracht indienen overeenkomstig dit artikel, zonder zich te moeten houden aan de twee voorwaarden bedoeld in het eerste lid, 1° en 2°. In dat geval wordt de aanvraag bedoeld in het eerste lid, 5°, vergezeld van een kopij van het vonnis alsook van het uittreksel van dit vonnis gepubliceerd in de bijlagen van het Belgisch Staatsblad. De schuldeiser van de betrokken exploitant die een vordering voor overdracht heeft ingediend bij de rechtbank overeenkomstig artikel 59, § 2, van de wet van 31 januari 2009 kan ook een aanvraag tot overdracht indienen onder dezelfde voorwaarden. Dit zesde lid treedt in werking op 11 juni 2014. 

Art. 10ter. Op verzoek van meerdere rechtspersonen met dezelfde hoofdvennoten of -aandeelhouders en zaakvoerders of gedelegeerde bestuurders, die houder zijn van een vergunning tot het exploiteren van een taxidienst, kan de Regering een groepering van vergunningen toestaan in het kader van de fusie of de overname van deze rechtspersonen.
Wanneer het verzoek ingewilligd wordt, blijft de duur van de vergunning die van de vergunning die voordien werd toegestaan aan de rechtspersoon die verschillende vergunningen groepeerde, waarbij het aantal voertuigen dat op grond van deze vergunning geëxploiteerd mag worden tot het vereiste aantal gewijzigd werd.
Bij een fusie wordt de duur van de gegroepeerde vergunning deze van die vergunning, uitgereikt aan de gefuseerde rechtspersonen, die eerst komt te vervallen.

Art. 11. § 1. De houder van een exploitatievergunning kan op ieder ogenblik aan de Regering vragen om het aantal voertuigen dat op grond van de vergunning waarover hij beschikt, mag geëxploiteerd worden, definitief te verlagen. In dat geval geeft de exploitant op het ogenblik dat hij zijn verzoek indient aan de Administratie de documenten en het materiaal terug die toebehoren aan het Gewest en die betrekking hebben op het voertuig of de voertuigen waarvan de exploitant definitief en onherroepelijk afziet ze verder te exploiteren.
  

§ 2. Wegens uitzonderlijk en naar behoren gerechtvaardigde economische of sociale redenen kan de houder van een exploitatievergunning te allen tijde de Regering verzoeken de exploitatie van één of meerdere voertuigen die het voorwerp uitmaken van zijn exploitatievergunning, op te schorten voor een termijn die niet minder dan één maand mag bedragen en geen twaalf maanden mag overschrijden, zonder afbreuk te doen aan de verplichting de bij deze vergunning behorende taksen en toeslagen te betalen.
Deze mogelijkheid kan door de houder van een exploitatievergunning slechts één keer per kalenderjaar gebruikt worden en zonder dat de hele duur van de opschortingen twaalf maanden van de totale duur van de vergunning mag overschrijden.
  
§ 2bis. De Regering kan ambtshalve het aantal voertuigen waartoe de exploitant gemachtigd is te exploiteren verminderen indien de Administratie vaststelt dat het aantal chauffeurs die door de exploitant aan haar werden betekend niet toelaat om zijn voertuigen voldoende ter beschikking te stellen aan het publiek, en dit tot de exploitant het bewijs levert dat hij de nodige chauffeurs in dienst heeft voor het besturen van de geëxploiteerde voertuigen. In dat geval is de exploitant gehouden aan de Administratie de documenten en het materiaal terug te bezorgen die toebehoren aan het Gewest en die betrekking hebben op het voertuig of de voertuigen bedoeld bij de beslissing tot vermindering.
De Regering is gemachtigd om de maximale duur vast te stellen waarbinnen de exploitant het bewijs moet leveren dat hij de nodige chauffeurs in dienst heeft voor het besturen van de geëxploiteerde voertuigen. Bij het verstrijken van deze periode kan de Regering het aantal voertuigen dat door de desbetreffende exploitant mag geëxploiteerd worden, definitief verminderen.
  
§ 3. De beslissingen genomen met toepassing van dit artikel, worden genomen in functie van het openbaar nut van de dienst, volgens de procedure en de voorwaarden die van toepassing zijn op de aanvraag van een exploitatievergunning voor een taxidienst.
 

Art. 12. Bij een met redenen omklede beslissing van de Regering kan de onder artikel 4 bedoelde vergunning ingetrokken of voor een bepaalde duur geschorst worden ingeval de bepalingen van deze ordonnantie en van de uitvoeringsbesluiten ervan overtreden worden of de aan de vergunning verbonden voorwaarden niet nagekomen worden alsook ingeval de exploitatie gedurende een periode van twee jaar volledig werd stopgezet.
De Regering kan de procedure tot het intrekken of opschorten van de vergunning tot het exploiteren nader bepalen. In afwijking van het vorige lid, kan de Regering de daarvoor aangewezen ambtenaar machtigen om de beslissingen te treffen over een opschorting van niet langer dan één mand.

Art. 13. De op basis van artikel 4 afgegeven vergunningen geven aanleiding tot het innen van een jaarlijkse en ondeelbare taks ten laste van de natuurlijke of rechtspersoon, die houder is van de vergunning.

Art. 14. De in artikel 13 vermelde taks is vastgelegd op 575 euro per jaar en per in de akte van de vergunning bedoeld voertuig
In afwijking van het eerste lid, wordt de in artikel 13 vermelde taks voor het jaar 2014 vastgelegd op 200 euro per jaar en per in de akte van de vergunning bedoelde voertuig, voor de exploitanten die tegen 31 december 2014 zijn overgestapt naar de nieuwe digitale taximeter, waarvan de modaliteiten worden vastgelegd door de regering.
In afwijking van het eerste lid, wordt de in artikel 13 vermelde taks voor het jaar 2015 vastgelegd op 200 euro per jaar en per in de akte van de vergunning bedoelde voertuig, voor de exploitanten die tegen 31 december 2015 zijn overgestapt naar de nieuwe digitale taximeter, waarvan de modaliteiten worden vastgelegd door de regering.
De taks is verschuldigd voor het hele jaar, onafhankelijk van het moment waarop de vergunning afgegeven werd. Ze is jaarlijks verschuldigd en ondeelbaar ten laste van de houder van de vergunning vermeld op 1 januari van het kalenderjaar of op het moment van de afgifte van de vergunning.
Ze wordt geïnd en gevorderd volgens de regels bepaald in de hoofdstukken IV, V en VI van titel I van de ordonnantie tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met uitzondering van artikel 13, tweede lid.
De vermindering van het aantal voertuigen of de opschorting van de exploitatie van één of meerdere voertuigen geeft geen aanleiding tot taksvermindering. Dit geldt eveneens wat betreft de opschorting of intrekking van een vergunning of het buiten werking stellen van één of meerdere voertuigen, voor welke reden dan ook.
De indiening van een klacht heft de invorderbaarheid van de taks niet op.

Afdeling 2. Het stationeren.

Art. 15. Elke exploitant die door de Regering ertoe gemachtigd wordt een taxidienst te exploiteren, mag de voertuigen waarvoor de vergunning afgegeven werd, laten stationeren op eender welke op de openbare weg gelegen standplaats die voorbehouden wordt voor de taxi's en vrij is, of op eender welke standplaats die niet op de openbare weg gelegen is maar waarvan hij eigenaar is.
De Regering kan echter, na een behoorlijk bewezen aanvraag, de exploitant ertoe machtigen zijn voertuigen te laten stationeren op bepaalde standplaatsen waarvan hij het volle genot zou hebben, op voorwaarde dat deze standplaatsen zich in gebouwen of garages bevinden, die bestemd zijn voor de exploitatie van een dienst voor het bezoldigd vervoer van personen. (De Regering kan de minimumcriteria nader bepalen waaraan deze standplaatsen en deze plaatsen moeten beantwoorden.
Het aantal voertuigen, die aanwezig zijn op een bepaalde standplaats op de openbare weg, mag in geen geval het aantal beschikbare plaatsen overschrijden.

HOOFDSTUK III. – BEPALINGEN BETREFFENDE DE DIENSTEN VOOR HET VERHUREN VAN VOERTUIGEN MET CHAUFFEUR.

Afdeling 1. De vergunning


Art. 16. Niemand mag, zonder vergunning van de Regering, een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest exploiteren door middel van één of meer voertuigen.
Enkel de exploitanten die houder zijn van een door de Regering afgegeven vergunning mogen dienstleveringen afleggen waarvan het vertrekpunt voor de gebruiker gelegen is op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
De vergunning voor het exploiteren omvat geen toelating voor het stationeren op bepaalde plaatsen op de openbare weg.

Art. 17. § 1. De exploitatievoorwaarden van de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur worden door de Regering vastgelegd. Hierbij worden ten minste de volgende beginselen toegepast :

 

1° Het voertuig dat ingezet wordt voor de exploitatie van een dienst, moet een luxueus voertuig zijn en het door het cliënteel vereiste comfort en accessoires bieden aan passagiers. Deze criteria kunnen door de Regering nader bepaald worden;
 
2° Het voertuig moet periodiek geschouwd worden ten einde na te gaan of het nog voldoet aan alle exploitatievoorwaarden;
 
3° Elke verhuring van een voertuig geeft aanleiding tot een inschrijving in een register, dat gehouden wordt in de zetel van de onderneming en waarin de datum en het uur van de bestelling voorkomen alsook het precieze voorwerp van het verhuurcontract en de prijs ervan; dit register kan per computer georganiseerd worden;
 
4° Het voertuig mag slechts ter beschikking gesteld worden van een welbepaalde natuurlijke of rechtspersoon krachtens een schriftelijke overeenkomst naar het model vastgelegd door de Regering waarvan een exemplaar zich op de zetel van de onderneming bevindt en een kopie aan boord van het voertuig, wanneer de ondertekening van de overeenkomst voorafgaat aan het instappen van de klant of waarvan het origineel zich aan boord van het voertuig bevindt, in de andere gevallen.
De schriftelijke overeenkomst vermeldt in elk geval dat het voertuig ter beschikking gesteld wordt van de persoon voor een duur van ten minste drie uur.
In alle gevallen mag de dienst slechts bezoldigd worden na ontvangst van de factuur op de zetel van de klant;

 
5° Het voertuig mag zich noch op de openbare weg of op een voor het publiek toegankelijke privé-weg begeven noch erop stationeren, indien het niet voorafgaandelijk ten zetel van de onderneming het voorwerp van een verhuring heeft uitgemaakt;
 
6° Het huurcontract slaat enkel op het voertuig en niet op zitplaatsen ervan;
 
7° Het voertuig moet uitgerust zijn met een kenteken, dat vooraan en achteraan aangebracht wordt, en ten minste de volgende documenten aan boord hebben : de exploitatievergunning van een dienst voor het verhuren van een voertuig met chauffeur en een document dat eigen is aan het verhuurde voertuig;
 
8° Kentekens die kenmerkend zijn voor als taxi ingezette voertuigen of die hieraan herinneren, zoals taxameter, lichtverklikker en vermeldingen, mogen noch in noch op het voertuig aangebracht worden;
 
9° Het mag niet uitgerust zijn met een zend- of ontvangsttoestel voor radioverbinding naar de zin van artikel 1, 4°, van de wet van 30 juli 1979 betreffende de radioberichtgeving.

 
§ 2. De exploitatievergunning voor een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur wordt afgegeven door de Regering.
Deze bepaalt de onderzoeks- en instructieprocedure van de vergunningsaanvragen alsook de bijlagen die eraan gevoegd moeten worden en legt de vorm van de vergunningen vast alsook de vermeldingen die erop moeten voorkomen.
Er mag slechts één vergunning per exploitant afgegeven worden De vergunning vermeldt het aantal voertuigen waarvoor ze afgegeven werd.

Art. 18. Onder de bij artikel 19 vastgestelde voorwaarden wordt de vergunning voor de exploitatie van een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur afgegeven aan elke natuurlijke of rechtspersoon die erom verzoekt, zonder beperking van het totale aantal afgeleverde exploitatievergunningen voor de exploitatie van een dienst voor het verhuren van voertuigen.

Art. 19. De vergunning wordt afgegeven na een onderzoek betref- fende de door de aanvrager gegeven zedelijke waarborgen, zijn beroepsbekwaamheid en zijn solvabiliteit alsook betreffende de kwaliteit van de voertuigen.
Wanneer hetzij de woning van de exploitant, hetzij de maatschappelijke of de exploitatiezetel van de onderneming voor het verhuren van voertuigen met chauffeur zich op het grondgebied bevindt van één van de gemeenten die deel uitmaken van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, kunnen onderzoeksopdrachten toevertrouwd worden aan de administratieve diensten van de betrokken gemeente.
De Regering kan de voorwaarden vastleggen inzake zedelijkheid, beroepsbekwaamheid en solvabiliteit die krachtens lid 1 van de exploitant vereist worden en inzake zedelijkheid en beroepsbekwaamheid van de bestuurders.
Wanneer de exploitatievergunning aan een rechtspersoon wordt afgegeven, moet de statutaire instelling van de rechtspersoon, die belast is met het dagelijks beheer, voldoen aan de voorwaarden opgelegd aan een natuurlijke persoon om houder te worden van de vergunning, en dit gedurende de hele duur van de exploitatie.

Art. 20. § 1. De duur van de vergunning voor het exploiteren van een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur is vijf jaar. De vergunning kan voor termijnen van dezelfde duur hernieuwd worden.
De vergunning kan voor minder dan vijf jaar verleend of hernieuwd worden indien bijzondere in de vergunnings- of hernieuwingsakte vermelde omstandigheden die afwijking wettigen.

 
§ 2. De hernieuwing van de vergunning zal geweigerd worden voor alle of sommige voertuigen in de volgende gevallen :
 
1° indien de exploitant de bepalingen van deze ordonnantie, de uitvoeringsbesluiten ervan of de voorwaarden van de exploitatievergunning niet nageleefd heeft;
 
2° indien de exploitant de bepalingen van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument niet nageleefd heeft;
 
3° indien het voertuig niet naar behoren werd verzekerd tijdens de duur die voorgeschreven is door de vergunning waarvoor een hernieuwing gevraagd wordt;
 
4° indien de exploitant de sociale of boekhoudkundige wetgeving niet nageleefd heeft;
 
5° indien de exploitant niet langer voldoet aan de voorwaarden inzake zedelijkheid, beroepsbekwaamheid of solvabiliteit.
De aanvraag tot hernieuwing van de vergunning moet ingediend worden ten vroegste negen maanden en ten laatste zes maanden voor het aflopen van de geldige vergunning.
De Regering bepaalt de procedure voor de indiening en het onderzoek van de aanvragen tot hernieuwing alsook de bijlagen die erbij gevoegd moeten worden en legt de vorm van de vergunningen vast alsook de vermeldingen die erop moeten voorkomen.

Art. 21. De exploitatievergunning van een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur kan slechts afgegeven worden aan een natuurlijke of rechtspersoon, die hetzij eigenaar is van het of van de voertuigen, hetzij erover beschikt bij een contract van verkoop op afbetaling, een contract van huur-financiering of een contract van huur-verkoop.
In afwijking van lid 1 kan de vergunninghouder van wie een voertuig tijdelijk niet beschikbaar is ten gevolge van een ongeval, een ernstig mechanisch defect, brand of diefstal, toegelaten worden zijn dienst te verrichten door middel van een vervangingsvoertuig waarvan hij geen eigenaar is of waarover hij niet beschikt op grond van een contract van verkoop op afbetaling, een contract van huurfinanciering of een contract van huurverkoop. Die machtiging kan slechts voor ten hoogste drie maanden worden verleend en is niet hernieuwbaar.
De Regering bepaalt de procedure voor de indiening en het onderzoek van de vergunningsaanvragen beoogd onder lid 2 alsook de vorm ervan en de vermeldingen die erop moeten voorkomen.

Art. 22. De verhuring door de exploitant, onder welke vorm dan ook, van het of de voertuigen aan enigerlei persoon die het of de voertuigen zelf bestuurt of laat besturen, is verboden.

Art. 23. De vergunning tot het exploiteren is persoonlijk, ondeelbaar en onoverdraagbaar.

Art. 24. Indien de exploitant het aantal voertuigen, dat ingezet wordt gedurende de geldigheidsduur van de vergunning, wenst te verhogen of te verlagen, wijzigt de Regering, op zijn aanvraag en tot het aflopen van de vergunning, het aantal voertuigen, dat in de vergunningsakte vermeld wordt.
De beslissing wordt genomen volgens de procedure en de voorwaarden die van toepassing zijn op de vergunningsaanvraag.

Art. 25. Bij een met redenen omklede beslissing van de Regering kan de onder artikel 17 bedoelde vergunning ingetrokken of voor een bepaalde duur geschorst worden ingeval de bepalingen van deze ordonnantie en van de besluiten tot uitvoering ervan, overtreden worden of de aan de vergunning verbonden voorwaarden niet nagekomen worden alsook ingeval de exploitatie gedurende een periode van twee jaar volledig werd stopgezet.
De Regering kan de procedure tot het intrekken of opschorten van de vergunning tot het exploiteren nader bepalen.

Art. 26. §1. De op basis van artikel 17 afgegeven vergunningen geven aanleiding tot het innen van een jaarlijkse en ondeelbare taks ten laste van de natuurlijke of rechtspersoon die houder is van de vergunning.

 
§ 2. De in § 1 vermelde taks in vastgelegd op (682,00 EUR) per jaar en per in de akte van de vergunning bedoeld voertuig.
De taks is verschuldigd voor het hele jaar, onafhankelijk van het moment waarop de vergunning afgegeven werd.
 
Ze is jaarlijks verschuldigd en ondeelbaar ten laste van de houder van de vergunning vermeld op 1 januari van het kalenderjaar of op het moment van de afgifte van de vergunning.

Ze wordt geïnd en gevorderd volgens de regels bepaald in de hoofdstukken IV, V en VI van titel I van de ordonnantie tot vaststelling van de fiscale procedure in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met uitzondering van artikel 13, tweede lid.

De vermindering van het aantal voertuigen of de opschorting van de exploitatie van één of meerdere voertuigen geeft geen aanleiding tot taksvermindering. Dit geldt eveneens wat betreft de opschorting of intrekking van een vergunning of het buiten werking stellen van één of meerdere voertuigen voor welke reden dan ook.

De indiening van een klacht heft de invorderbaarheid van de taks niet op.

Afdeling 2. Het stationeren.

Art. 27. De exploitant die door de Regering ertoe gemachtigd wordt een dienst voor het verhuren van voertuigen te exploiteren, mag de voertuigen, die niet in dienst zijn; slechts laten stationeren op plaatsen die niet op de openbare weg gelegen zijn en die zich bevinden binnen een gebouw of garage bestemd voor de exploitatie van een dienst van bezoldigd vervoer van personen waarvan de exploitant van de dienst eigenaar is of er het wettelijk genot over heeft en zijnde de zetel van de exploitatie van de onderneming.

HOOFDSTUK IV. BEPALINGEN DIE GEMEENSCHAPPELIJK ZIJN AAN DE TAXIDIENSTEN EN DE DIENSTEN VOOR HET VERHUREN VAN VOERTUIGEN MET CHAUFFEUR.

Art.
 28. wordt opgeheven

Art. 28bis. Er wordt een regionale tuchtraad opgericht die belast is om aan de bevoegde minister maatregelen voor te stellen tot opschorting of intrekking van de bekwaamheidsattesten van taxichauffeurs.
Deze raad wordt voorgezeten door een magistraat of eremagistraat die door de minister wordt aangesteld en wordt paritair samengesteld als volgt :

 
  - één of meerdere vertegenwoordiger(s) van de Administratie;
 
  - één of meerdere vertegenwoordiger(s) van de exploitanten, aangesteld door de minister na een openbare oproep onder de oud-exploitanten met minstens tien jaar ervaring;
 
  - één of meerdere vertegenwoordiger(s) van de taxichauffeurs aangesteld door de vakbonden.
 
De leden van deze raad worden benoemd voor een hernieuwbare periode van één jaar.
De tuchtraad stelt aan de minister een maatregel tot opschorting of intrekking van het bekwaamheidsattest van een taxibestuurder voor na aan deze laatste de gelegenheid gegeven te hebben zijn verhoor voor te bereiden, na hem gehoord te hebben en op basis van een gemotiveerd voorstel. De minister kan alleen van het voorstel afwijken bij een gemotiveerde beslissing.
De Regering bepaalt de samenstelling en de werking van de tuchtraad en de te volgen procedure.

Art. 29. De Regering legt de tarieven vast die van toepassing zijn op de taxidiensten. Zij kan verschillende tarieven opleggen, onder andere naargelang het uur, de dag of naargelang de klant al dan niet bagage bij zich heeft, of beslissen forfaitaire tarieven in te voeren voor bepaalde soorten ritten, die zij bepaalt en wanneer het voertuig ingezet wordt als collectieve taxi, de toepasbare tarieven reglementeren.
De Regering kan binnen eenzelfde perimeter verschillende tarief zones bepalen.
De Regering legt de minimale tarieven vast die van toepassing zijn op de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur.
De Regering kan, in de gevallen die ze bepaalt, beslissen in de prijs van de rit tegemoet te komen.

Art. 30. In elk taxivoertuig moeten de tarieven die van kracht zijn zichtbaar uitgehangen worden.

Art. 31. Opgeheven door de Ordonnantie van 20 juli 2006, art. 22, 004; 

Art. 32. § 1. Behoudens een voorafgaande machtiging van de Regering en onder de voorwaarden en volgens de modaliteiten die zij vaststelt, wordt het gebruik van de benaming "taxi" en elk motto waarin aan dit woord herinnerd wordt, evenals het gebruik ervan in de handel, uitsluitend bestemd voor de exploitanten van taxi diensten die beschikken over een vergunning.

 
§ 2. De exploitanten van de diensten voor het verhuren van voer tuigen met chauffeur mogen hiervoor geen reclame maken onder de benaming "taxi" of onder een motto waarin aan dit woord wordt herinnerd.
 
§ 3. Volgens de modaliteiten vastgesteld bij besluit van de Regering kan een exploitant gemachtigd worden reclame te maken in of op voertuigen die worden aangewend voor de exploitatie van een taxidienst of van een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur.

Art. 33. § 1. Geven aanleiding tot het innen van een taks ten laste van de kandidaat-exploitant, de exploitant, de kandidaat-chauffeur of de chauffeur, tegen de hierna vermelde tarieven, volgende handelingen :

 
1. inschrijving voor het examen dat toegang verleent tot het beroep van taxichauffeur :
 
a) inschrijving voor het examen : 19,00 EUR;
 
b) deelname aan de lessen van het opleidingscentrum voor chauffeurs : 38,00 EUR.
De kosteloosheid van de inschrijving voor examens wordt gewaarborgd voor personen wier bestaansmiddelen kleiner dan of gelijk zijn aan de middelen die vastgelegd zijn krachtens de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum;

 
1bis. inschrijving voor de gedragstesten : 20 euro;
 
2. a) afgifte van het bekwaamheidscertificaat : 5,00 EUR;
 
b) afgifte van een duplicaat van hetzelfde certificaat : 30,00 EUR;
 
3. a) afgifte van een uittreksel van administratieve beslissing inzake bezoldigd vervoer van personen : 5,00 EUR;
 
b) afgifte van een duplicaat van dezelfde beslissing 20,00 EUR;
 
4. a) afgifte van een identificatieplaatje : 37,50 EUR;
 
b) afgifte van een plaatje :
 
"RESERVE" : 37,50 EUR;
 
"R-V" vervanging : 37,50 EUR;
 
c) afgifte van een nieuw plaatje tengevolge een vernieling, het verliezen of de diefstal van het eerste plaatje :
houder :100,00 EUR;
Reserve of "R-V" : 100,00 EUR;
 
5. afgifte van de brochure over de gewestelijke reglementering inzake taxi of verhuurauto's : 0,00 EUR;
 
6. indiening van een exploitatieaanvraag : 75,00 EUR;
 
7. indiening van een aanvraag tot overdracht : 250,00 EUR;
 
8. indiening van een aanvraag gebaseerd op artikel 10, tweede lid, 2° : 250,00 EUR;
 
9. indiening van een wijziging die door de reglementering opgelegd is : 500 F.
 
10. afgifte van een duplicaat van de identificatiekaart van de chauffeur : 30 euro;
 
11. afgifte van een duplicaat van de vergunningskaart tot het exploiteren per voertuig : 30 euro;
 
12. afgifte van een nieuw verklikkerlicht in geval van verlies, diefstal of vernieling : tegen kostprijs;
 
13. afgifte van ritbladen : tegen kostprijs.
 
De Regering is gemachtigd om, maximaal om de twee jaar, de bedragen bedoeld in lid 1 aan te passen aan de evolutie van de kosten van het levensonderhoud.
Deze aanpassing gebeurt door middel van de coëfficiënt die wordt bekomen door het indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de aanpassing wordt gedaan te delen door het indexcijfer van de maand december 2006. Na toepassing van de coëfficiënt, worden de bedragen afgerond naar het lagere veelvoud van 50 cent.

 
§ 2. Teneinde het bestuur in staat te stellen de bepalingen van deze ordonnantie toe te passen en na te gaan of deze ordonnantie, de uitvoeringsbesluiten ervan en de exploitatievergunningen worden nageleefd, moet elke exploitant van een onderneming van taxidiensten of diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur de gegevens betreffende zijn onderneming verstrekken aan de overheden die belast zijn met de afgifte van de vergunningen, indien deze er naar zouden vragen.

Art. 34. Er wordt een regionaal comité van advies opgericht.
Het comité wordt ermee belast een advies te verstrekken aan de Regering, op aanvraag van deze laatste of op eigen initiatief, over alle aangelegenheden betreffende de taxidiensten of de diensten voor het verhuren van voertuigen met chauffeur.
De Regering regelt de samenstelling, de werking en de bevoegdheden van dit comité.

HOOFDSTUK V. INBREUKEN EN STRAFFEN.

Art. 
35. § 1. Onverminderd de eventuele schadevergoeding worden gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van 500 frank tot 10 000 frank, of met één van deze straffen alleen, degene die zonder vergunning een taxidienst of een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur exploiteert.
Worden met dezelfde straffen gestraft, elke persoon die aan een voertuig, dat onderworpen wordt aan de bepalingen van deze ordonnantie en aan de uitvoeringsbesluiten ervan, het uiterlijk gegeven heeft van een taxi of huurvoertuig met chauffeur, terwijl dit voertuig geen voorwerp uitgemaakt heeft van een exploitatievergunning voor een taxidienst of een dienst voor het verhuren van voertuigen met chauffeur.
In al deze gevallen zal de rechter de inbeslagneming bevelen van het of de voertuigen waarmee de inbreuk gepleegd werd.

 
§ 2. Worden gestraft met een gevangenisstraf van acht dagen tot drie maanden en met een geldboete van 26 frank tot 10 000 frank, of met één van deze straffen alleen, onverminderd de eventuele schadevergoeding, degene die een andere inbreuk pleegt tegen deze ordonnantie, tegen de uitvoeringsbesluiten ervan of tegen de bepalingen vervat in de exploitatievergunning.
Bovendien zal de rechter beslag kunnen leggen op het of de voertuigen die toebehoren aan de veroordeelde en waarmee de overtreding gepleegd werd.

 
§ 3. De bepalingen van boek 1 van het Strafwetboek, inclusief hoofdstuk VII en artikel 85, zijn op deze overtredingen toepasselijk.Evenwel mag, onverminderd artikel 56 van het Strafwetboek, de straf in geval van herhaling binnen twee jaar na de veroordeling niet minder zijn dan het dubbel van de wegens dezelfde overtreding vroeger uitgesproken straf.
 
§ 4. De schadevergoeding, toegekend aan de door de overtreding benadeelde persoon, is bevoorrecht op het voertuig dat diende voor het plegen van de overtreding wanneer het in eigendom toebehoort aan de overtreder, de meededader of de medeplichtige. Dit voorrecht neemt onmiddellijk rang na dit, bepaald bij artikel 20, 5°, van de wet van 16 december 1851.
De politierechtbanken nemen kennis van de overtredingen die in dit artikel worden voorzien.

Art. 36. Administratieve boeten kunnen opgelegd worden door de ambtenaren die terzake door de Regering aangewezen worden voor elke administratieve overtreding die gepleegd wordt door de personen bedoeld in deze ordonnantie of in de uitvoeringsbesluiten ervan.
Onder dezelfde voorwaarden kunnen administratieve boeten opgelegd worden aan elke persoon van wie het voertuig zich zonder vergunning op een standplaats, voorbehouden aan taxi's, bevindt.
Een exemplaar van het proces-verbaal waarbij de overtreding is vastgesteld, wordt aan de afgevaardigde-ambtenaar toegezonden en een afschrift ervan wordt toegezonden aan de overtreder.
 De beslissing van de afgevaardigde-ambtenaar bepaalt het bedrag van de administratieve boete is met redenen omkleed.
De Regering stelt het bedrag van de administratieve boeten vast die opgelegd kunnen worden door de in lid 1 bedoelde afgevaardigde ambtenaar in verband met vastgestelde administratieve overtredingen en dit onder volgende voorwaarden :

 
  - de boeten bedoeld in lid 1 mogen niet hoger zijn dan 500 euro en de grootte ervan moet in relatie staan tot de aard van de vastgestelde inbreuk;
 
  - de boeten bedoeld in lid 2 mogen niet lager dan 50 euro en niet hoger dan 100 euro zijn.
 

De beslissing wordt bij een ter post aangetekend schrijven aan de overtreder bekendgemaakt, samen met een verzoek tot betaling van de boete.
Indien de overtreder in gebreke blijft de geldboete te betalen, kan de Regering de exploitatievergunning of het bekwaamheidscertificaat opschorten.
De Regering bepaalt de termijn en de betalingsmodaliteiten van de administratieve geldboeten.
De Regering beslist over de verzoeken die het uitstel of de vermindering van de geldboeten bedoeld bij dit artikel tot doel hebben.

Art. 37. Onverminderd de bevoegdheden die toevertrouwd worden aan andere officieren van gerechtelijke politie, kent de Regering de hoedanigheid van agent of officier van de gerechtelijke politie toe aan de beëdigde ambtenaren en beambten van het Gewest die zij aanstelt voor het opzoeken en het vaststellen bij proces-verbaal van overtredingen tegen deze ordonnantie, tegen de uitvoeringsbesluiten ervan of tegen de bepalingen van de vergunningen die krachtens deze ordonnantie afgegeven worden.
De hiertoe bevoegde ambtenaren en beambten zijn eveneens gemachtigd om de feiten te constateren en om proces-verbaal op te maken en om alle noodzakelijke maatregelen te nemen wanneer een voertuig zonder vergunning zich op een aan taxi's voorbehouden standplaats bevindt.
De hiertoe bevoegde ambtenaren en beambten stellen de overtredingen vast bij processen-verbaal die kracht van bewijs hebben behoudens betichting van valsheid. Een afschrift van de processen-verbaal wordt binnen tien dagen na vaststelling van de overtreding naar de delinquent gestuurd.
De hiertoe bevoegde ambtenaren en beambten zijn gemachtigd om op ieder ogenblik de identificatieplaat van het voertuig en het document in verband met de exploitatievergunning in te trekken als vastgesteld wordt dat het voertuig niet reglementair verzekerd is of niet in orde is met de technische controle of wanneer de exploitant niet vrijwillig deze elementen teruggegeven heeft aan de Administratie, niettegenstaande een betekening van een beslissing tot opschorting of intrekking van de exploitatievergunning in de zin van de artikelen 12 of 25.


HOOFDSTUK VI. OVERGANGS-, OPHEFFINGS- EN SLOTBEPALINGEN.

Afdeling 1. Overgangsbepalingen.

Art. 38. Opgeheven door de Ordonnantie van 20 juli 2006, art. 27, 004; 

Art. 39. Opgeheven door de Ordonnantie van 20 juli 2006, art. 27, 004; 

Art. 40. Opgeheven door de Ordonnantie van 11 juli 2002, art. 16, 003;

Art. 41. Opgeheven door de Ordonnantie van 20 juli 2006, art. 27, 004; 

Art. 42. Eerste lid opgeheven door de Ordonnantie van 20 juli 2006, art. 27, 004;

 

Alle bepalingen van de besluiten en agglomeratieverordeningen genomen in uitvoering van de wet van 27 december 1974 betreffende de taxidiensten blijven van toepassing voor zover ze niet tegenstrijdig zijn met de bepalingen van deze ordonnantie en zolang ze niet opgeheven werden door de Regering.

Afdeling 2. Opheffingsbepalingen.

Art. 43.
Onverminderd de toepassing van artikel 42 en te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van de bepalingen van deze ordonnantie zijn de bepalingen van de wet van 27 december 1974, die niet zouden overeenstemmen met de bepalingen van deze ordonnantie, niet langer van toepassing op het grondgebied van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, met uitzondering van artikel 21, § 2 en § 3, van voormelde wet.

Art. 44. Het regionale comité van advies beoogd onder artikel 23 van de wet van 27 december 1974 betreffende de taxidiensten wordt afgeschaft.

Afdeling 3. Slotbepaling.

Art. 45. Deze ordonnantie treedt in werking op de dag van haar bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van artikel 10, dat in werking zal treden op 1 juli 1996 en de artikelen 13, 14, 26, 31 en 33, § 1, die op de door de Regering vastgelegde datum in werking zullen treden.
Bekrachtigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 27 april 1995.
Door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering :
De Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering en Minister van Ruimtelijke Ordening, ondergeschikte Besturen en Tewerkstelling,
Ch. PICQUE
De Minister van Financiën, Begroting, Openbaar Ambt en Externe Betrekkingen,
J. CHABERT
De Minister van Huisvesting, Leefmilieu, Natuurbehoud en Waterbeleid,
D. GOSUIN
De Minister van Economie,
R. GRIJP
De Minister van Openbare Werken, Verkeer en Vernieuwing van Afgedankte Bedrijfsruimten,
D. HARMEL
 

 

 

 

 

Top