GTL-TAXI
Nationale Groepering van Ondernemingen met Taxi- en Locatievoertuigen met chauffeur

Modelgoedkeuring en installatie van taxameters (niet voor EU gehomologeerde taxameters)

Opgelet :

Dit besluit is niet meer van toepassing op de MID-gehomologeerde taxameters die op de Europese markt gebracht werden na 30/10/2006

 

Publicatie : 1961-03-25

(Gewijzigd door M.B. 21.12.62/Stbl. 26-27 en 28.12.62)

Artikel 1. : Overeenstemming met model

De taxameters geplaatst op de voertuigen moeten vanaf 1 april 1963 overeenstemmen met een goedgekeurd model. (M.B. 21.12.62, art.1).

Artikel 2. : Certificaat van goedkeuring

De modelgoedkeuring wordt afgeleverd aan één of meer bij naam aangeduide beneficianten, voor een model bepaald in het certificaat van goedkeuring.

Artikel 3. : Formaliteiten met het oog op de goedkeuring

Om een aanvraag tot modelgoedkeuring in te dienen moet de fabrikant of de invoerder van taxameters bij de Dienst van het Ijkwezen neerleggen:

-           het beschrijvend bundel in dubbel van het bewuste model, bevattend de beschrijving van het principe der werking, de algemene tekening, de gecoteerde tekeningen der essentiële onderdelen en de tabellen der verhoudingen voor de regelingskamwielen;

-           twee toestellen overeenstemmend met de hierboven vermelde betekeningen en beschrijvingen.

Artikel 4. : Dienst van het Ijkwezen

De neergelegde toestellen die met goed gevolg de proeven ondergaan hebben, noodzakelijk om hun overeenkomst vast te stellen met de technische voorwaarden in dit besluit bepaald, blijven bewaard op de Dienst van het Ijkwezen. Elk dezer toestellen is vergezeld van het beschrijvend bundel, aangevuld met een afschrift van het certificaat van goedkeuring waarvan het origineel afgeleverd wordt aan de beneficiant.

Artikel 5. : Vermelding op het toestel

Elke taxameter overeenstemmend met een goedgekeurd model moet op zijn voorzijde voorzien zijn van het overeenstemmend goedkeuringsnummer, het fabricatienummer, evenals de naam of de firmanaam van de fabrikant, en, gebeurlijk van de invoerder van het toestel.

Artikel 6. : Voorwaarden tot goedkeuring

De modelgoedkeuring wordt enkel toegestaan indien het model beantwoordt aan de voorwaarden bepaald in de artikels 7 tot 24 van dit besluit.

Artikel 7. : Stevigheid - Stabiliteit

De onderdelen van het mechanisme van een taxameter moeten vervaardigd zijn in zulke materialen en op zodanige wijze dat hun stevigheid en stabiliteit een zekere en doeltreffende werking verzekeren bij normale gebruiksomstandigheden.

De kast moet, in dezelfde omstandigheden, stof- en waterdicht zijn. Zij moet zodanig opgevat zijn dat het bereiken van de onderdelen, waardoor ontregeling of bedrog zou mogelijk zijn, kan belet worden.

Artikel 8. : Vermelding van te betalen bedrag

  1. De voorzijde moet op elk ogenblik het te betalen bedrag aanduiden, te weten opeenvolgend:het bedrag van opneming, voor en op het ogenblik, of enkel op het ogenblik, van het in werking stellen van het toestel;
  2. het bedrag overeenstemmend met dit van de opneming, vermeerderd met dit voortkomend van de afgelegde afstand en de verstreken wachttijden, tijdens de werking van het toestel;
  3. het eindbedrag in de stand "EINDE" waarin het toestel dient gebracht op het ogenblik van aankomst ter bestemming.

De cijfers die het te betalen bedrag aanduiden moeten een hoogte hebben van minstens 10 mm.

Artikel 9. : Aanduiding "te betalen bedrag"

In de onmiddellijke nabijheid van het of de kijkraampje(s) waarin het te betalen bedrag verschijnt moet op duidelijke wijze de vermelding aangebracht zijn "TE BETALEN" en/of "A PAYER", en rechts van deze kijkraampjes het symbool "F" van de munteenheid.

Artikel 10. : Toeslag

Indien de taxameter een mechanisme bevat dat de te betalen toeslagen registreert, moet de vermelding "TOESLAG" en/of "SUPPLEMENT" voorkomen op de voorzijde van de taxameter, in de onmiddellijke nabijheid van het overeenstemmend kijkraampje.

Dit kijkraampje moet in vrije stand nul aanwijzen als bedrag.

Artikel 11. : Andere aanduidingen

De werkingsstanden van de taxameter moeten op zijn voorzijde aangeduid zijn, te weten opeenvolgend :

  1. "VRIJ" en/of "LIBRE" wanneer het voertuig niet bezet is;
  2. Het tarief in munteenheden, onder de vorm "... F", op grond waarvan het toestel registreert wanneer het in werking is. In de onmiddellijke nabijheid van het overeenstemmend kijkraampje moet de aanduiding "TARIEF per km" en/of "TARIF par km" voorkomen.
  3. "EINDE" en/of "FIN" op het ogenblik dat de gebruiker ter bestemming is aangekomen en het te betalen bedrag vereffent.

Artikel 12. : Leesbaarheid van de aanduidingen

De aanduidingen die krachtens artikel 8 tot 11 van dit besluit voorkomen op de voorzijde van de taxameter moeten gemakkelijk leesbaar en op onuitwisbare wijze aangebracht zijn, terwijl zij duidelijk moeten afsteken bij de achtergrond en tot geen verwarring mogen aanleiding geven.

Artikel 13. : Werking van de taxameter

De aanwijzing van het te betalen bedrag moet, vanaf het inwerkingstellen van de taxameter, voortschrijden per aanslagen van een constante muntwaarde gelijk aan 5F (1). (M.B. 21.10.75, art.2).

Artikel 14. : Aandrijving van het mechanisme

De taxameters moeten op zodanige wijze vervaardigd zijn dat het mechanisme van prijsaanduiding uitsluitend aangedreven wordt op grond van de afgelegde afstand vanaf een bepaalde snelheid van het voertuig, en dat onder deze snelheid, evenals bij stilstand van het gehuurde voertuig, enkel het uurwerk dit mechanisme aandrijft.

Artikel 15. : Mechanisme van prijsaanduiding

Het mechanisme van prijsaanduiding aangedreven op grond van de afstand, moet vooruitgaan bij vooruitrijden van het voertuig; het vooruitgaan van dit mechanisme bij achteruitrijden van het voertuig is facultatief.

Bij werking van het mechanisme op grond van de afstand, moet de eerste aanslag zich voordoen na het afleggen van afstanden die onderling gelijk zijn.

Artikel 16. : Tijdwerk

Het tijdwerk moet bestaan uit een uurwerkmechanisme dat door de aanzetter van het toestel in gang gebracht wordt. Dit uurwerkmechanisme moet gedurende minstens 2 uur lopen zonder opnieuw opgewonden te worden.

Bij aandrijving op grond van de verlopen tijd moet de eerste aanslag plaats vinden na verloop van een bepaalde beginduur. De volgende aanslagen moeten zich voordoen na tijdsintervallen die onderling gelijk zijn.

Artikel 17. : Mechanisme in stand "VRIJ"

Wanneer het toestel in de stand "VRIJ" staat moeten alle aantekeningsmechanismen uitgeschakeld zijn, behalve het registreermechanisme van de totale afstand door het voertuig afgelegd.

(1) Deze bepaling moet worden toegepast op alle taxameters die in overeenstemming worden gebracht met de voorschriften uitgevaardigd in toepassing van de wet van 27 december 1974 betreffende de taxidiensten (M.B. 21.10.75, art. 2)

Vanaf de stand "VRIJ" moeten de volgende standen elkaar opvolgen :

  1. de werkingsstand(en) gedurende dewelke de mechanismen van afgelegde afstand en tijd gelijktijdig moeten ingeschakeld zijn;
  2. de stand "EINDE”; in deze stand moet het tijdwerk uitgeschakeld zijn, terwijl het mechanisme van afgelegde afstand ingeschakeld moet blijven; het moet onmogelijk zijn terug te keren tot een vorige stand;
  3. bij de terugkeer tot de stand "VRIJ" moet, hetzij in het kijkraampje van de te betalen som de aanduiding van het bedrag van opneming terug verschijnen, hetzij het gebeurlijke bestaande scherm neergelaten worden.

Artikel 18. : Toeslagen

Indien het registreren van de toeslagen geschiedt door het enig bedieningsapparaat van het toestel, is een bijkomende stand van dit apparaat toegelaten. In deze stand moet het tijdwerk uitgeschakeld zijn.

Het registreren van toeslagen mag ook geschieden door een onafhankelijk bedieningsapparaat.

Artikel 19. : Verbod

Het vlug doordraaien van de aanzetter doorheen de stand "VRIJ" moet onmogelijk zijn.

Het moet onmogelijk zijn het aanzetmechanisme te plaatsen tussen de standen voorzien in de artikels 17 en 18 van dit besluit.

Ten dien einde moet de terugkeer naar een vorige werkingsstand door terugdraaiing van de aanzetter in tegenstelde richtingen, onmogelijk zijn (M.B. 21.12.62, art. 2).

Artikel 20. : Justeringsmechanisme

Een aangepast justeringsmechanisme moet voorzien zijn waarbij een correcte regeling van de taxameter mogelijk weze bij het opstellen van deze laatste op een bepaald voertuig. Dit mechanisme moet zodanig opgevat zijn dat, wanneer het van de eigenlijke taxameter losgemaakt is, het onmogelijk is deze laatste een wijziging te doen ondergaan.

Op de buitenzijde van de kast van dit mechanisme moet de justeringsverhouding die het verwezenlijkt, vermeld staan, zodanig dat zij duidelijk zichtbaar blijft na montage van het geheel.

De installateur is verantwoordelijk voor de juistheid van deze aanduiding.

Artikel 21. : Vermelding van de constante

De taxameter moet op zijn voorzijde de vermelding dragen van zijn constante onder de vorm C = ...tr/km, waarbij de karakteristiek van de aandrijvingsas voor de afgelegde afstand aangegeven wordt

Artikel 22. : Totalisatoren

De taxameters dienen voorzien te zijn van totalisatoren die de controle van het gebruik van het voertuig waarop zij geplaatst zijn, moeten toelaten, evenals van de geïnde sommen; dit behelst in het algemeen volgende totalisatoren: aantal opnemingen, aantal aanslagen, totale afgelegde afstand, afgelegde beladen afstand.

Deze aanduidingen moeten niet noodzakelijk voorkomen op de voorzijde, doch moeten gemakkelijk kunnen afgelezen worden zonder verplaatsing  van de taxameter (M.B. 21.12.62, art. 3).

Artikel 23. : Verlichting van de taxameter

De voorzijde van de taxameter moet van een geschikt verlichtingssysteem voorzien zijn,  dat het openen van het toestel niet noodzakelijk maakt om de lichtbronnen te vervangen. Het systeem dient te werken in alle werkingsstanden, uitgenomen in de stand "VRIJ".

Artikel 24. : Nauwkeurigheden

De taxameters moeten de volgende nauwkeurigheid bereiken:

- Aanduiding op grond van de afgelegde afstand:

            - beginafstand + 0 tot - 20 m

            - volgende  afstanden + 0,0 tot - 2,0%

- Aanduiding op grond van de tijd:

            - + 0,0 tot - 5,0%

Artikel 25. : Aangepast aan de voertuigen

De taxameters moeten, zo nodig door middel van een reductor en met de vereiste nauwkeurigheid, kunnen aangepast worden aan de karakteristieken van de voertuigen waarop zij zullen geplaatst worden.

Artikel 26. : Plaatje op de kast van de taxameter

Op de kast van elke taxameter van een goedgekeurd model of in zijn onmiddellijke nabijheid, moet een plaatje aangebracht worden met de vermelding van de verhouding van de gebeurlijke tussenreductor, van de constante aan de uitgang van de versnellingsbak, van de werkelijke omtrek en de druk der banden voor dewelke het geheel geregeld is.

Deze aanduidingen worden op dit plaatje aangebracht door de zorgen en onder de verantwoordelijkheid van de installateur van de taxameter op het voertuig.

Onder werkelijke omtrek van de banden verstaat men de afstand over de welke het voertuig zich verplaatst voor één omwenteling van de aandrijvingswielen, bij de aangeduide druk en een belasting van 2 personen. (M.B. 21.12.62, art. 4.)

Artikel 27. : Bijkomstig systeem

Wanneer de werkingsstanden van de taxameter herhaald worden door eender welk bijkomstig systeem, van buiten het voertuig zichtbaar of niet, moeten de aanduidingen van dit systeem automatisch bevolen worden door het bedienen van de taxameter en op elk ogenblik overeenstemmen met de werkelijke werkingsstand.

Artikel 28. : Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking de dag van zijn bekendmaking in het Belgisch Staatsblad (29.12.60).

Overgangsmaatregelen

Als overgangsmaatregel, moet zich in de voertuigen die op de datum aangeduid in artikel 1 van dit besluit nog niet zouden uitgerust zijn met een taxameter van een goedgekeurd model, steeds een attestatie bevinden afgeleverd door een titularis van een modelgoedkeuring op naam van de uitbater van het bepaald voertuig.

Deze attestatie, door dewelke de titularis van een modelgoedkeuring verklaart vanwege de uitbater van het voertuig een aanvraag ontvangen te hebben tot levering van een taxameter van een goedgekeurd model, moet bekrachtigd zijn door de Dienst van het Ijkwezen die er geldigheidsduur van bepaalt. (M.B. 21.12.62, art. 5).

Publicatie : 2001-07-19

MINISTERIE VAN ECONOMISCHE ZAKEN

25 JUNI 2001. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 21 maart 1961 betreffende de modelgoedkeuring en de installatie der taxameters

 De Minister van Economische Zaken,

Gelet op de verordeningen (EG) nr. 1103/97 van de Raad van 17 juni 1997 over enkele bepalingen betreffende de invoering van de euro en nr. 974/98 van de Raad van 3 mei 1998 over de invoering van de euro;

Gelet op de wet van 1 oktober 1855 betreffende de Maten en Gewichten, gewijzigd door de wet van 1 augustus 1922, door het koninklijk besluit nr. 79 van 28 november 1939 en door de wet van 20 april 1964;

Gelet op het koninklijk besluit van 12 december 1960 betreffende de taxameters, inzonderheid op artikel 3;

Gelet op het ministerieel besluit van 21 maart 1961 betreffende de modelgoedkeuring en de installatie der taxameters, zoals gewijzigd door de ministeriële besluiten van 21 december 1962, 21 oktober 1975 en 6 augustus 1993;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op artikel 3, § 1, vervangen bij de wet van 4 juli 1989 en gewijzigd bij de wet van 4 augustus 1996;

Gelet op de hoogdringendheid;

Overwegende dat artikel 5 van de wet van 3 juli 2000 voorziet dat de prijsaanduiding op aanwijsinrichtingen van taxameters, weegtoestellen en op meetinstallaties en gedeeltelijke meetinstallaties voor vloeistoffen, in euro verricht worden vanaf 1 juli 2000,
Besluit :
 

Artikel 1. Artikel 9 van het ministerieel besluit van 21 maart 1961 betreffende de modelgoedkeuring en de installatie der taxameter wordt vervangen door de volgende bepaling :
« Art. 9. In de onmiddellijke nabijheid van het of de kijkraampje(s) waarin het te betalen bedrag verschijnt moet op duidelijke wijze de vermelding aangebracht zijn "TE BETALEN" en/of "A PAYER", en rechts van deze kijkraampjes het symbool " euro " van de munteenheid. »
 

Art. 2. Artikel 11, punt 2 van hetzelfde besluit, wordt vervangen door de volgende bepaling :
« 2. Het tarief in munteenheden, onder de vorm " euro ", op grond waarvan het toestel registreert wanneer het in werking is. In de onmiddellijke nabijheid van het overeenstemmend kijkraampje moet de aanduiding "TARIEF per km" en/of "TARIF par km" voorkomen". »
 

Art. 3. Artikel 13 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
« Art. 13. De aanwijzing van het te betalen bedrag moet, vanaf het inwerkingstellen van de taxameter, voortschrijden per aanslagen van een constante muntwaarde, gelijk aan 10 cent. De aanduiding moet gebeuren in euro en cent. De euro's en de centen worden gescheiden door een goed leesbare komma. »

Art. 4. De geïnstalleerde taxameters moeten ten laatste op 31 december 2001 beantwoorden aan de nieuwe beschikkingen.

Art. 5. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 2001.

Brussel, 25 juni 2001.
Ch. PICQUE

 

Top